Vogel
Bandvink
Bandvink
Amadina fasciata
Log in om deze soort toe te voegenDe Bandvink behoort tot het geslacht Amadina binnen de familie van Prachtvinken (Estrildidae).
Deze kleine vogel leeft in savannes, halfdroge gebieden en landbouwzones van Sub-Sahara Afrika, van Senegal tot Zuidelijk Afrika. Ze zijn sociaal en actief, foerageren op zaden en insecten en nesten bouwen ze vaak in dichte struiken of holen. Ze badderen graag in stof en vertonen territoriaal gedrag tijdens het broedseizoen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Zangvogels (Passeriformes)
- Bird Family
- Prachtvinken (Estrildidae)
- Bird Genus
- Amadina
Ringmaat
Man 2.7 mm Vrouw 2.7 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een opvallend rood gezicht met een contrasterende zwarte keelvlek. De borst is lichtgrijs met fijne zwarte streepjes, die naar de flanken toe breder worden. De rug en vleugels zijn bruin met een subtiele glans, terwijl de dekveren een lichtere tint hebben. De buik is witachtig met een geleidelijke overgang naar de grijze flanken. De snavel is kegelvormig en rood van kleur, wat contrasteert met de donkere ogen. De poten zijn lichtroze en glad van structuur. De kop is relatief groot in verhouding tot het compacte lichaam.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder uitgesproken rood gezicht, vaak met een bruine tint. De keelvlek is kleiner en minder intens zwart dan bij de man. De borst is grijs met subtiele streepjes, die naar de flanken toe vervagen. De rug en vleugels zijn bruin, maar met een matte afwerking. De buik is witachtig, zonder de duidelijke overgang naar de flanken. De snavel is kegelvormig en lichtroze, passend bij de oogring. De poten zijn lichtroze en hebben een gladde textuur. De kop is iets kleiner in verhouding tot het lichaam.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte afwerking. Het gezicht mist de rode tinten en is meer grijsbruin. De keelvlek is afwezig of zeer vaag aanwezig. De borst en flanken zijn lichtbruin met nauwelijks zichtbare streepjes. De rug en vleugels zijn egaal bruin zonder glans. De buik is lichtbruin, zonder duidelijke afbakening naar de flanken. De snavel is kegelvormig en grijsachtig, passend bij de oogring. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde structuur.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijsbruin dons. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.