Vogel
Andamanenduif
Andamanenduif
Columba palumboides
Log in om deze soort toe te voegenDe Andamanenduif (Synoniem: ) behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogelsoort is endemisch in de Andaman- en Nicobar-eilanden in India en bewoont voornamelijk dichtgebladerde, altijdgroene bossen. Ze verschijnen vaak in paren of kleine groepen. De populatie wordt geschat op tussen de 2.500 en 10.000 volwassen individuen en wordt als "nabij bedreigd" geclassificeerd.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columba
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een vrij grote bosduif met een lengte van circa 36-38 cm. Het verenkleed is overwegend leigrijs tot blauwgrijs met een licht metallic glans op nek en bovenborst. Opvallend zijn de brede witte vleugelvelden die in vlucht zeer contrastrijk zichtbaar zijn. De hals vertoont een subtiele, iriserende groene tot purperen glans. De buik en onderstaart zijn lichter grijs, de bovenzijde van de vleugels en rug donkerder. De snavel is hoorngeel met een lichte was, de poten roodachtig en de iris geel, vaak met een dunne donkere veerring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is gemiddeld iets kleiner en mist vaak de uitgesproken iriserende glans op de hals. De vleugelmarkeringen en algemene kleuring zijn identiek, de iris is soms valer geel tot oranjebruin.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en bruiner getint dan volwassen vogels. De hals mist iriserende glans en de vleugelvelden zijn minder contrastrijk. De borst heeft vaak een gelige of bruingrijze zweem. De snavel is grijzer en de poten valer rood. De iris is donkerbruin, pas later naar geel verkleurend.
Kuiken:
Kuikens zijn nestblijvers en komen uit met een dun dons in grijsgrauwe tinten. De snavel is donker en relatief groot, de poten vleeskleurig en de iris donker. In de eerste levensdagen worden ze gevoed met 'duivenmelk' en ontwikkelen na enkele weken een juveniel verenkleed dat lijkt op dat van de jonge vogels maar nog zonder duidelijke vleugelvelden.