Huismus

Passer domesticus

Log in om deze soort toe te voegen

De Huismus behoort tot het geslacht Passer binnen de familie van Mussen (Passeridae).

De huismus is een alomtegenwoordige vogel die sterk verbonden is met menselijke nederzettingen en wereldwijd voorkomt, van dorpen en steden tot landelijke gebieden. Deze kleine, stevig gebouwde vogel leeft vaak in groepen en is het hele jaar door aanwezig. Hij foerageert op de grond op zaden, insecten en menselijk afval, en zoekt zijn nest in spleten van gebouwen, muren of kunstmatige nestkasten. De huismus is een standvogel die zich aanpast aan verschillende omgevingen, maar blijft vooral dicht bij menselijke activiteit.

Huismus
House Sparrow
Haussperling
Moineau domestique

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Mussen (Passeridae)
Bird Genus
Passer

Ringmaat

Man 3.0 mm Vrouw 3.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een grijsbruine kop met een opvallende zwarte keelvlek. De rug is kastanjebruin met donkere strepen, terwijl de vleugels lichtbruin zijn met witte vleugelstrepen. De borst en buik zijn lichtgrijs, wat contrasteert met de donkere keel. De snavel is dik en zwart in het broedseizoen, maar kan lichter zijn buiten deze periode. De ogen zijn donkerbruin met een subtiele, lichte oogring. De poten zijn rozeachtig en hebben een gladde textuur. De veren op de rug en vleugels kunnen in de winter versleten lijken.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer uniforme bruine kleur met een lichtere onderzijde. De kop is grijsbruin zonder de zwarte keelvlek van de man. De rug en vleugels zijn bruin met lichtere strepen, en de vleugelstrepen zijn minder opvallend. De snavel is geelbruin en wordt donkerder in het broedseizoen. De ogen zijn donker met een lichte oogring, minder uitgesproken dan bij de man. De poten zijn lichtbruin en hebben een gladde textuur. De veren zijn over het algemeen matter dan die van de man.

Juveniel:
Juvenielen lijken op de vrouwtjes, maar hebben een nog egalere bruine kleur. De kop is lichtbruin zonder duidelijke markeringen. De borst en buik zijn lichtbruin, vaak met een vage streepjespatroon. De snavel is geelachtig en wordt geleidelijk donkerder naarmate ze ouder worden. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring. De poten zijn lichtbruin en hebben een gladde textuur. De veren zijn zacht en hebben een matte uitstraling.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. De snavel is geelachtig met een zachte structuur.