Blauwkop tangara

Stilpnia cyanicollis

Log in om deze soort toe te voegen

De blauwkop-tangara behoort tot het geslacht Stilpnia binnen de familie van tangaren (Thraupidae).

Deze kleurrijke zangvogel komt voor in het noordwesten van Zuid-Amerika, van Colombia tot Bolivia. Hij leeft vooral in vochtige bergbossen waar hij zich voedt met fruit en insecten. Sociaal en actief, zoekt hij vaak in groepen naar voedsel en vertoont levendig gedrag.

Blauwkop tangara
Blue-necked Tanager
Blauh�ubchen.
Tangara � cou bleu

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Tangaren (Thraupidae)
Bird Genus
Stilpnia

Ringmaat

Man 2.8 mm Vrouw 2.8 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een opvallend helderblauw verenkleed op de kop en nek, met een glanzende uitstraling. De borst en buik zijn overwegend zwart, wat een sterk contrast vormt met de blauwe kop. De vleugels en rug zijn donker met een subtiele groene glans, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De staartveren zijn zwart met een lichte blauwe schijn aan de randen. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder opvallend verenkleed, met een overwegend olijfgroene tint op de kop en rug. De borst en buik zijn lichter groen, met een matte afwerking zonder glans. De vleugels zijn donkerder groen met een subtiele bruine tint aan de randen. De staart is donker met een lichte groene schijn, minder uitgesproken dan bij de man. De snavel is slanker en lichter van kleur, met een grijze tint. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere structuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed, met een overwegend bruingroene tint op de kop en rug. De borst en buik zijn vaalgroen, met een lichte, vlekkerige uitstraling. De vleugels zijn donkerbruin met een lichte groene schijn, vooral aan de randen. De staart is korter en donkerbruin, met een subtiele groene tint. De snavel is kort en grijs, met een lichte kromming. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag die weinig bescherming biedt. De snavel is kort en lichtgrijs, met een zachte structuur.