Bonte manakin

Manacus manacus

Log in om deze soort toe te voegen

De Bonte manakin behoort tot het geslacht Manacus binnen de familie van Manakins (Pipridae).

Deze kleine zangvogel komt voor van Colombia en Venezuela tot Bolivia en noordelijk Argentini�, waaronder Trinidad. Hij leeft vooral in tropische bossen, secundaire vegetatie en plantages, vaak in de onderste lagen van het bos. De vogel voedt zich met vruchten en enkele insecten. De mannetjes zijn bekend om hun opvallende balts, waarbij ze in groepen op een lek snel springen en met hun vleugels knipperen, vergezeld van luide geluiden. De vrouwtjes bouwen een nest laag in een boom en broeden de eieren alleen uit.

Bonte manakin
White-bearded Manakin
Wei�bartpipra
Manakin � collier

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Manakins (Pipridae)
Bird Genus
Manacus

Ringmaat

Man 2.5 mm Vrouw 2.5 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een glanzende zwarte kop en rug. De borst en buik zijn helderwit, wat een sterk contrast vormt met de donkere bovenzijde. De vleugels zijn zwart met subtiele witte randen aan de dekveren. De staart is kort en zwart, met een lichte glans. De snavel is kort en stevig, met een donkere kleur. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris zonder opvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend olijfgroen verenkleed met een matte uitstraling. De onderzijde is lichter, met een gele tint op de buik. De vleugels zijn donkerder groen met lichte randen aan de dekveren. De staart is kort en olijfgroen, zonder glans. De snavel is slanker dan die van de man, met een lichtere kleur. De poten zijn grijsbruin en hebben een fijne structuur. De ogen hebben een donkere iris met een subtiele oogring.

Juveniel:
Juvenielen lijken op de vrouwtjes, maar hebben een doffere olijfgroene kleur. De onderzijde is bleker met een vage gele tint. De vleugels hebben minder duidelijke randen en zijn egaler van kleur. De staart is kort en dof olijfgroen, zonder glans. De snavel is nog in ontwikkeling, met een lichtere kleur. De poten zijn grijsachtig en hebben een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige veren. Ze hebben een uniforme grijze kleur zonder opvallende kenmerken.