Zwarte roodstaart

Phoenicurus ochruros

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwarte roodstaart behoort tot het geslacht Phoenicurus binnen de familie van Vliegenvangers (Muscicapidae).

De zwartkop is een kleine vogel die vooral in bergen en rotsachtige gebieden van Europa, Azi� en Noord-Afrika voorkomt. Dit vogelsoort is aanpasbaar van aard en heeft zich sinds ongeveer 1900 uitgebreid naar stedelijke habitats, zoals industri�le complexen en urbane gebieden met kale oppervlakken die lijken op de kliffachtige gebouwen die het dier verkiest. In Groot-Brittanni� is het vooral een winter- en trekvogel, waarbij migranten in oktober of november aankomen en in maart of april vertrekken. De vogel is actief en wendbaar, waarbij hij insecten in de vlucht vangt en op kustig gebied naar kleine vliegjes en schaaldieren jaagt. Karakteristiek zijn de snelle kopbewegingen en het regelmatige opflappen van de staart, terwijl het mannetje zich manifesteert met een ratelend lied en tikgeluid.

Zwarte roodstaart
Black Redstart
Hausrotschwanz
Rougequeue noir

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Vliegenvangers (Muscicapidae)
Bird Genus
Phoenicurus

Ringmaat

Man 2.5 mm Vrouw 2.5 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een donkergrijs tot zwart verenkleed met een opvallende roestrode staart. De kop en borst zijn meestal donkerder dan de rest van het lichaam. In de zomer is het verenkleed vaak glanzend, terwijl het in de winter matter oogt. De vleugels zijn donker met lichtere randen, die in de loop van het seizoen kunnen slijten. De snavel is zwart en slank, ideaal voor het vangen van insecten. De poten zijn eveneens zwart en slank, wat bijdraagt aan een sierlijke uitstraling. De ogen zijn donker met een subtiele, nauwelijks zichtbare oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend bruingrijs verenkleed met een minder opvallende roestrode staart. De borst en buik zijn lichter van kleur, vaak met een subtiele beige tint. De vleugels zijn donkerder met lichtere randen, die in de loop van het seizoen kunnen vervagen. De snavel is donkerbruin tot zwart en iets korter dan die van de man. De poten zijn donkerbruin en slank, passend bij het algehele silhouet. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring, wat een zachte uitstraling geeft. In de winter kan het verenkleed iets doffer lijken door slijtage.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruingrijs verenkleed met een minder uitgesproken roestrode staart. De borst en buik zijn vaak gespikkeld met lichtere en donkere tinten. De vleugels hebben een vage bandering, die naarmate ze ouder worden, minder zichtbaar wordt. De snavel is donkerbruin en korter dan bij volwassen vogels. De poten zijn donker en slank, vergelijkbaar met die van de volwassen vogels. De ogen zijn donker met een subtiele oogring, die nauwelijks opvalt. Naarmate ze ouder worden, verandert het verenkleed geleidelijk naar dat van een volwassen vogel.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed dat hen goed camoufleert. Hun snavel is kort en lichtgekleurd, ideaal voor het voeren door de ouders.