Vogel
Catherine parkiet
Catherine parkiet
Bolborhynchus lineola
Log in om deze soort toe te voegenDe Catherine parkiet behoort tot het geslacht Bolborhynchus binnen de familie van Papegaaien (Psittacidae).
De catharinaparkiet is een kleine, vriendelijke parkiet afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika, waar hij van zuidelijk Mexico tot westelijk Panama en langs de Andes-bergketen voorkomt. Deze vogels leven in vochtige, altijd groene gemengde bossen in de nevelwoudzone op hoogten tussen 600 en 2400 meter. Ze zijn rustige en verdraagzame vogels die gemakkelijk tam worden en niet luidruchtig zijn, vooral actief in de ochtend en avond. In het wild leven catharinaparkieten in groepen en voeden ze zich met knoppen, bloesems, vruchten en zaden, waaronder bamboe in Zuid-Amerika. Karakteristiek voor deze soort zijn de korte staart, donkere streping op rug en vleugels, en hun compacte, stevige snavel. Met een lengte van slechts 16 tot 18 centimeter behoren ze tot de kleinere parkietensoorten en zijn ze daarom ideaal voor vogelliefhebbers met beperkte ruimte.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
- Bird Family
- Papegaaien van de Nieuwe Wereld (Psittacidae)
- Bird Genus
- Bolborhynchus
Ringmaat
Man 5.0 mm Vrouw 5.0 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
De man heeft een overwegend groene kleur met een lichte glans op de borstveren. De vleugels tonen een donkerder groene tint met subtiele zwarte randen. De kop is iets lichter groen, wat contrasteert met de donkerdere nek. De buik is egaal groen zonder opvallende markeringen. De snavel is kort en stevig, met een grijsachtige kleur. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar groen verenkleed als de man, maar met een matte afwerking. De vleugels zijn iets minder contrastrijk, met minder uitgesproken zwarte randen. De kop en nek zijn uniform groen, zonder duidelijke kleurverschillen. De buik is iets lichter groen dan de rest van het lichaam. De snavel is vergelijkbaar in vorm en kleur met die van de man. De poten zijn eveneens grijs, maar iets fijner van structuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele lichtere oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer groen verenkleed met minder glans dan volwassen vogels. De vleugels zijn minder scherp afgetekend, met vage zwarte randen. De kop en nek zijn uniform groen, zonder duidelijke contrasten. De buik is iets bleker groen, met een zachte overgang naar de borst. De snavel is kleiner en lichter grijs dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, lichtgroene veren. De snavel is klein en bleekgrijs.