Tahitiaanse vruchtenduif

Pampusana erythroptera

Log in om deze soort toe te voegen

De Tahitiaanse vruchtenduif behoort tot het geslacht Pampusana uit de familie van duiven (Columbidae)

.

De Polynesische grondduif is een kritiek bedreigde vogelsoort die endemisch is in de Tuamotueilanden in Frans-Polynesië. Deze vogels zijn voornamelijk te vinden in tropische bossen, met name met plantensoorten als *Pandanus tectorius* en *Pisonia grandis*, en onder kokospalmen. Ze worden bedreigd door habitatverlies en predatie door ingevoerde dieren zoals katten en ratten. De populatie is erg klein, met slechts ongeveer 100 tot 120 individuen.

Tahitiaanse vruchtenduif
Grey-green Fruit Dove
Tahitifruchttaube
Ptilope de la Société

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Pampusana

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.

Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een kleine, bontgekleurde vruchtenduif van circa 20-23 cm lengte. De kop en nek zijn lichtgrijs, waarbij de kruin vaak een subtiele lavendel- tot purperen tint vertoont. De borst is helder wit en contrasteert sterk met de grijsgekleurde bovenzijde. De rug en vleugels zijn glanzend groen met een zijdeachtige glans, waarbij de schouderveren soms een bronsgroene zweem vertonen. De onderstaartdekveren zijn geel tot geelgroen. De staart is kort, groen van boven en lichtgrijs van onder met een donkere eindband. De snavel is geelachtig met een groenige basis, de poten rood, en de iris oranjerood.

Vrouw:
Het vrouwtje is minder contrastrijk en mist vaak de purperen zweem op de kruin. De kop is grijsgroen in plaats van lichtgrijs en de borst is eerder vuilwit dan helder wit. De rug en vleugels zijn matter groen zonder uitgesproken metallic glans. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en vrijwel geheel groen. De borst is vuilwit tot bleekgroen, de vleugels hebben brede lichte randen waardoor een geschubd effect ontstaat. De kop is grijsgroen en zonder purperen tint. De snavel is grijsgroen, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris donker. Bij de eerste rui ontwikkelen jonge mannetjes de lichtere kop en subtiele kruinkleuring.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met kort, grijsachtig dons. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Kort na het uitvliegen verschijnen de eerste groene veren, waarna later de contrastrijke borst en kopkleur van adulten tot ontwikkeling komen.