Roodkappapegaai

Pionopsitta pileata

Log in om deze soort toe te voegen

De Roodkappapegaai behoort tot het geslacht Pionopsitta binnen de familie van Papegaaien (Psittacidae).

De vogelsoort komt voor in het zuidoosten van Brazilië, noordoostelijk Argentinië en oostelijk Paraguay, waar hij leeft in subtropische bossen en bosranden. Hij nestelt in boomholtes en heeft een relatief krachtige snavel voor het kraken van zaden en vruchten. De soort is vrij stil voor een papegaai, maar laat zachte, fluitende roepen horen en wordt meestal waargenomen in paren of kleine groepen.

Roodkappapegaai
Pileated Parrot
Scharlachkopfpapagei
Caïque mitré

Taxonomische indeling

Bird Order
Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
Bird Family
Papegaaien van de Nieuwe Wereld (Psittacidae)
Bird Genus
Pionopsitta

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage A (CITES appendix I)

EU verordening bijlage A (CITES appendix I)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (ernstig) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage A van de Europese Verordening en CITES appendix I. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

Een van de voorwaarden is dat voor elk exemplaar op EU bijlage A (CITES appendix I) een geldig CITES-certificaat is afgegeven door de bevoegde autoriteiten. Dit certificaat moet te allen tijde aanwezig zijn op de locatie waar de vogel wordt gehouden. Zonder dit document is het bezit of de overdracht strafbaar. Ook bij het fokken van deze vogels moet elke nakomeling afzonderlijk geregistreerd en gecertificeerd worden, om de legale status te waarborgen.

De belangrijkste vereisten voor het mogen houden van deze soort zijn:

  • De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:
    • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring van de voorgeschreven ringmaat. Deze pootring is door de fokker (kweker) aangevraagd voor deze vogelsoort via een daartoe bevoegde organisatie (zoals Aviornis International Nederland). Bij uitzondering kan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vooraf toestemming verlenen tot het chippen van de vogel.
    • De vogel is voorzien van een EU-certificaat, ook wel CITES-certificaat genoemd. Dit EU-certificaat wordt door de fokker aangevraagd bij de RVO.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • De houder houdt een administratie bij van alle exemplaren behorende tot deze soort. Deze administratie moet aan een aantal voorwaarden voldoen.
  • Bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.

Ingelogd als lid? Klik op het > symbool achter de wetgevingnaam voor de volledige tekst. Nog geen lid en benieuwd naar het volledige artikel en meer? Word dan lid van Aviornis!

Man:
Het mannetje is een kleine tot middelgrote papegaai van circa 19–22 cm lengte, met een compacte bouw, korte staart en relatief grote kop. Het verenkleed is overwegend heldergroen, met een iets lichtere, geelgroene onderzijde. De kruin en voorhoofd zijn fel rood, scherp afgetekend tegen de groene kop, een diagnostisch kenmerk van de soort. De vleugels zijn groen met blauwe randen aan de handpennen, en de staart is kort en groen met een zwakke blauwachtige zweem. De snavel is hoornkleurig tot grijsachtig, krachtig en licht gebogen; de iris is geel tot oranje, en de poten zijn grijs.

Vrouw:
Het vrouwtje verschilt duidelijk van het mannetje door het ontbreken van de rode kruin. Haar kop is geheel groen, soms met een lichte geelachtige zweem op het voorhoofd. De rest van het verenkleed is vergelijkbaar, maar gemiddeld iets doffer van tint. De snavel, iris en poten zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, met een overwegend groen verenkleed en zonder rode kruin. Jonge mannetjes ontwikkelen geleidelijk rode veren op het voorhoofd en de kruin tijdens de eerste rui. De kleuren zijn aanvankelijk valer, met een meer geelgroene onderzijde. De snavel is lichter hoornkleurig, de iris donkerder (bruinachtig) en wordt later geel tot oranje.

Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden kaal en blind geboren, met roze huid. Binnen enkele dagen ontwikkelen ze dun witachtig dons. De snavel is klein en bleekgrijs, de poten vleeskleurig. Het eerste verenkleed is groen en eenvoudig; de karakteristieke rode kruin bij mannetjes verschijnt pas later, na de eerste rui.