Vogel
Vredesduifje
Vredesduifje
Geopelia placida tranquilla
Log in om deze soort toe te voegenDe Vredesduifje behoort tot het geslacht Geopelia uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vreedzame duif komt voor in Australië en Nieuw-Guinea, waar hij leeft in open habitats zoals graslanden, struikgewas en parkachtige gebieden. Ze voeden zich vooral op de grond met zaden en kleine insecten. Het zijn sociale vogels die vaak in paren of kleine groepen te zien zijn en vliegen met een snelle, golvende beweging.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Geopelia
Ringmaat
Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een kleine, slanke duif van circa 21-23 cm lengte. De kop en nek zijn lichtgrijs, vaak met een subtiele blauwige zweem. De borst en buik zijn lichtgrijs tot vuilwit. Opvallend zijn de fijne, zwarte dwarsbandjes die zich uitstrekken van de borst tot over de flanken en de rug, wat een geschubd effect geeft. De vleugels zijn grijsbruin met lichtere en donkere banden. De staart is lang en smal, donkergrijs in het midden met lichtere buitenste pennen die in vlucht goed zichtbaar zijn. De snavel is donkergrijs, de poten zijn roze tot roodachtig, en de iris is geel tot oranjerood met een opvallende, blauwe oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en is in het veld nauwelijks te onderscheiden. Ze is gemiddeld iets kleiner en kan minder uitgesproken bandering op de borst hebben. De snavel, poten en iris zijn gelijk van kleur aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en bruiner van kleur, met een meer uniform verenkleed. De borst en buik zijn vaalgrijs met zwakkere of onregelmatige bandering. De vleugels tonen brede lichte randen, waardoor een geschubd patroon ontstaat. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris donker. De blauwe oogring ontbreekt of is nog nauwelijks ontwikkeld.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste bruinige veren; de kenmerkende fijne dwarsbandering en blauwe oogring ontwikkelen zich pas later.