Vogel
Waalia groeneduif
Waalia groeneduif
Treron waalia
Log in om deze soort toe te voegenDe Waalia groeneduif behoort tot het geslacht Treron uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogelsoort wordt gevonden in centraal Afrika en delen van Saoedi-Arabië. Ze bewonen voornamelijk beboste vlaktes en savannen, en zijn vaak te vinden in groepen van maximaal tien individuen. Deze vogels zijn frugivoor en specialiseren zich in het eten van vruchten van specifieke bomen, zoals de *Ficus platyphylla*. Ze vertonen sociaal gedrag en leven in kleine groepen, maar kunnen ook alleen worden aangetroffen. De vogel heeft een opvallende gele buik en een grijs hoofd.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Treron
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een forse vruchtenduif van circa 30-32 cm lengte. De kop en nek zijn grijsgroen, de keel lichter groengeel. De borst is groengeel, overgaand in een vuilwitte tot lichtgele buik. De rug en vleugels zijn donkergroen met een zijdeachtige glans; opvallend is de grote kastanjebruine vlek op de vleugeldekveren die contrasterend afsteekt. De onderstaartdekveren zijn geel. De staart is middellang, groen van boven en grijs van onder met een donkere eindband. De snavel is blauwachtig aan de basis met een lichtere punt, de poten zijn rood, en de iris geel tot oranjerood.
Vrouw:
Het vrouwtje mist de kastanjebruine vleugelvlek en is overwegend egaal groen. De borst en buik zijn uniformer geelgroen, en de vleugels zijn matter zonder uitgesproken glans. De snavel, poten en iris zijn identiek van kleur aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, maar zijn matter en hebben brede lichte veerranden op rug en vleugels, wat een geschubd patroon geeft. De borst en buik zijn groengeel, de kop egaal groen. De snavel is grijsgroen, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris donker. Jonge mannetjes ontwikkelen de kastanjebruine vleugelvlek pas na de eerste rui.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsgelig dons. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Kort na het uitvliegen verschijnen de eerste groene veren; bij mannetjes verschijnt de kastanjebruine vleugelvlek pas later.