Vogel
Witbuikduif
Witbuikduif
Leptotila jamaicensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Witbuikduif behoort tot het geslacht Leptotila uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogelsoort komt voor in het Caribisch gebied, met een verspreiding die zich uitstrekt tot Belize, de Cayman Islands, Colombia en Jamaica. Ze bevoroorden semi-aride gebieden met enige bomen en struiken, evenals droge woudachtige gebieden. Het zijn voornamelijk grondvogels die zich voeden met zaden en kleine slakken. De broedseizoen valt voornamelijk tussen maart en mei, waarbij ze nesten bouwen in lage bomen of struiken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Leptotila
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote duif van circa 27-30 cm lengte met een sierlijk, maar stevig postuur. De kop en nek zijn blauwgrijs met een subtiele groenige glans op de achterhals. De keel is wit, contrasterend met de zacht rozerode borst. De buik is vuilwit tot lichtgrijs. De rug en vleugels zijn bruinachtig grijs, waarbij de schouderveren soms een bronzen of paarsgroene weerschijn vertonen. De staart is lang en afgerond, donker in het midden, met lichtere buitenste pennen en een brede, grijze eindband. De snavel is zwart met een lichtere basis, de poten zijn rood, en de iris oranjerood tot geelbruin, vaak met een fijne, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en de borstkleuring is valer roze. De glans op de achterhals en schouders is zwakker. De snavel, poten en iris zijn gelijk van kleur aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en meer uniform bruin van tint. De borst is vaalbruin zonder roze zweem, de keel vuilwit. De bovenzijde vertoont brede, lichte randen op vleugel- en rugveren die een geschubd effect geven. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris zeer donker. Bij de eerste rui verschijnen de zachte roze borst en glanskleuren van adulten.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste bruinige veren, waarna later de karakteristieke roze borst en iriserende bovenzijde zich ontwikkelen.