Vogel
Witkop Cubaduif
Witkop Cubaduif
Patagioenas leucocephala
Log in om deze soort toe te voegenDe Witkop Cubaduif behoort tot het geslacht Patagioenas uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogel, bekend als de witkapduif, leeft vooral op Caribische eilanden en in het uiterste zuiden van Florida, waar hij broedt in afgelegen mangrovebossen op eilanden. Hij foerageert in bomen aan de kust en op eilanden en voedt zich voornamelijk met vruchten en zaden, zelden met insecten. De soort is uiterst behendig in bomen, komt zelden op de grond en maakt opvallende vluchten tussen eilanden. Van oudsher vermijdt hij drukke gebieden, maar recent is waargenomen dat hij zich soms ook in stedelijk gebied vestigt, mogelijk door het verlies van natuurlijke habitat.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Patagioenas
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een forse, opvallende duif van circa 33-36 cm lengte. De kop en nek zijn helder wit, wat sterk contrasteert met de rest van het verenkleed. De borst is diep kastanjebruin tot wijnrood, scherp afgescheiden van de witte hals. De buik is vuilwit tot lichtgrijs. De rug en vleugels zijn donkergrijs met een groenige tot paarse iriserende glans op de schouders. De staart is middellang, donkergrijs met een lichtere eindband. De snavel is hoornkleurig met een lichtere punt, de poten zijn rood, en de iris is oranjerood tot geelachtig, vaak met een fijne, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en de borst is minder intens kastanjebruin. De witte kop is vaak iets vuiler van tint. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en meer uniform grijsbruin. De kop is vuilwit tot lichtgrijs in plaats van helder wit. De borst is vaalbruin zonder uitgesproken kastanjekleur. De rug en vleugels hebben lichte randen, waardoor een geschubd patroon ontstaat. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris zeer donker. Bij de eerste rui ontwikkelen zich de witte kop en de kastanjeborst van adulten.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsachtig dons. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. De eerste veren die verschijnen zijn bruinachtig; pas later ontwikkelen zich de kenmerkende witte kop en kastanjeborst.