Vogel
Zomertortel (Isabellina)
Zomertortel (Isabellina)
Streptopelia turtur isabellina
Log in om deze soort toe te voegenDe Zomertortel (Isabellina) behoort tot het geslacht Streptopelia uit de familie van duiven (Columbidae)
.Deze vogel is een ondersoort van de trekvogel die in het Midden-Oosten en Noord-Afrika voorkomt, met name in Egypte. Ze geeft de voorkeur aan droge, agrarische gebieden en oasen. De vogels zijn voornamelijk granivoor en foerageren op de grond. Ze staan bekend om hun unieke zang en migreren naar droge savannes in sub-Sahara Afrika gedurende de wintermaanden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Streptopelia
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een ondersoort van de zomertortel en gemiddeld iets groter en bleker van kleur dan de nominaatvorm. De kop en nek zijn licht blauwgrijs, met de kenmerkende zwart-witte halsvlekken. De borst is lichter roze tot vaag purperachtig, de buik vuilwit. De rug en bovenvleugels zijn zandkleurig kastanjebruin met zwakkere, zwartbruine tekening op de dekveren, waardoor het geschubde patroon minder contrastrijk oogt. De staart is middellang, bruingrijs met een brede witte eindband en witte buitenpennen. De snavel is zwartgrijs, de poten roodachtig, en de iris oranjerood met een bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkend, maar gemiddeld iets kleiner en matter van tint. De borst is vaak bleker roze, de rug grijzer zandkleurig, en de halsvlekken minder scherp afgetekend.
Juveniel:
Juvenielen zijn vaalbruin met brede, lichte randen op de vleugeldekveren, wat een geschubd patroon oplevert. De borst is vuilbruin, de buik vuilwit. De kenmerkende zwart-witte halsvlekken ontbreken nog. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris donker. De volwassen kleuring en halsmarkering ontwikkelen zich pas na de eerste rui.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. In het eerste verenkleed zijn ze eenvoudig vaalbruin; de roze borst en de kenmerkende halsvlekken verschijnen pas later tijdens de groei.