Vogel
Baardstreepgrondduif
Baardstreepgrondduif
Geotrygon mystacea
Log in om deze soort toe te voegenDe Baardstreepgrondduif (Synoniem: Snorbaardgrondduif) behoort tot het geslacht Geotrygon uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze middelgrote duif leeft in dichte bergbossen in het Caribisch gebied, waar hij voornamelijk op de bosbodem zoekt naar vruchten, zaden en soms kleine hagedissen. Hij gedraagt zich schuw en verkiest ongerepte bossen met een gesloten bladerdak, waarbij hij in mei broedt en een karakteristiek klaaglijk roepje laat horen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Geotrygon
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje van de purpermaskergrondduif, is een middelgrote, compact gebouwde duif van circa 28-30 cm lengte. Het verenkleed is overwegend kastanjebruin op rug en vleugels, met iriserende purper- tot groenachtige glans op de dekveren. De kop is grijs met een opvallend purperen vlek rondom het oog, wat de soort zijn naam geeft. De keel en keelzijde zijn witachtig, de borst is zacht rosé tot wijnrood en de buik lichter grijswit. De vleugels hebben donkere slagpennen met subtiele blauwgroene glans. De staart is donker met een lichtere eindband. De snavel is zwartachtig, de poten rood en de iris oranje tot rood, geaccentueerd door een kale huidzone rond het oog.
Vrouw:
Het vrouwtje is gemiddeld kleiner en heeft een matter verenkleed. De purperen oogvlek is minder intens en soms slechts zwak zichtbaar. De borst is bruiner getint en de irisatie op rug en vleugels minder uitgesproken. Poten, snavel en iris zijn gelijk aan die van het mannetje, maar tonen vaak doffere kleuren.
Juveniel:
Juveniele vogels zijn donkerder en egaler bruin, met minder contrast tussen kop, borst en rug. De iriserende glans ontbreekt grotendeels en de purperen oogvlek is nog niet ontwikkeld. De borst en buik zijn meer egaal grijsbruin en de veren hebben lichte randjes, waardoor een geschubd effect ontstaat. De snavel is grauw, de poten bleker rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens van de purpermaskergrondduif zijn nestblijvers en komen uit met een zacht, grijsbruin dons. De snavel is donker, de poten vleeskleurig en de iris gesloten bij uitkomst. In de eerste levensdagen worden ze gevoed met 'duivenmelk', waarna ze geleidelijk het juveniele bruinige verenkleed ontwikkelen.