Vogel
Zwartmaskerduif
Zwartmaskerduif
Oena capensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Zwartmaskerduif behoort tot het geslacht Oena uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze kleine duif komt voor in droge tot halfdroge gebieden van Sub-Sahara Afrika, Madagaskar en delen van het Arabisch Schiereiland. Hij leeft vooral op open grond en langs wegen waar hij kleine zaden zoekt. Vaak alleen of in paren, maar soms in grotere groepen bij waterplaatsen, vertoont hij een snelle, laagvliegende vlucht.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Oena
Ringmaat
Man 3.5 mm Vrouw 3.5 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
Het mannetje is een kleine, slanke duif van circa 20-23 cm lengte, met een opvallend sierlijk en contrastrijk verenkleed. De kop en nek zijn wit met een grijsachtige zweem. Over de hals loopt een brede, zwarte band die als een halve kraag rond de keel ligt. De borst is zacht rozerood tot lila, de buik vuilwit. De rug en vleugels zijn donkergrijs met lange, sierlijk verlengde middelste staartpennen die sterk contrasteren met de witte buitenste staartveren. De vleugels tonen een kastanjebruine vleugelvlek die in vlucht goed zichtbaar is. De snavel is zwart, de poten zijn roodachtig, en de iris is donkerroodbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is veel onopvallender gekleurd. De kop en nek zijn zandbruin tot lichtgrijs, zonder de duidelijke zwarte halsband. De borst is beige tot lichtbruin, de buik vuilwit. De rug en vleugels zijn bruinachtig met vaag geschubde patronen. De staart is korter en mist de sterk verlengde middelste pennen. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op vrouwtjes maar zijn matter en egaler bruin van tint. De borst is vaalbruin, de buik vuilwit. De vleugels tonen brede lichte randen die een geschubd effect veroorzaken. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker. Jonge mannetjes ontwikkelen pas later de opvallende zwarte halsband en verlengde staartpennen.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons dat goede camouflage biedt in droge en open habitats. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Bij het opgroeien verschijnen eerst eenvoudige bruine veren; de contrasterende tekening en lange staartpennen van mannetjes worden pas later zichtbaar.