Vogel
Bandstaartduif
Bandstaartduif
Patagioenas fasciata
Log in om deze soort toe te voegenDe Bandstaartduif (Synoniem: ) behoort tot het geslacht Patagioenas uit de familie van duiven (Columbidae)
.
De bandstaartduif is een vogelsoort die in Noord- en Zuid-Amerika voorkomt. Ze leven in een verscheidenheid aan habitats, waaronder gematigde en bergachtige bossen, van de zuidwestelijke Verenigde Staten tot Peru. Deze vogels zijn sociaal en vormen grote groepen. Ze voeden zich met zaden en vruchten, en zijn bekend om hun indrukwekkende vliegcapaciteiten en hun herkenbare roep, een lage, tweetonige "coo".
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Patagioenas
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje (bandstaartduif) is een grote duif van circa 36-40 cm lengte. Het verenkleed is overwegend donkergrijs tot leigrijs, met een subtiele purper- tot wijnrode glans op borst en hals. De achterhals draagt een opvallende, iriserende groen-blauwe vlek. De vleugels zijn donkerder grijs, terwijl de bovenzijde van de staart een brede, lichtere grijze eindband vertoont die sterk contrasteert met de rest van de donkere staart. De buik is lichter grijs, naar de onderstaart toe bijna witachtig. De snavel is geelachtig met een donker punt, de poten rood en de iris oranje tot rood, vaak met een bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en minder contrastrijk. De purperen zweem op borst en hals is doorgaans valer en de iriserende vlek op de achterhals minder fel. De iris is meer oranjebruin dan rood.
Juveniel:
Jonge vogels zijn matter en bruiniger van toon. De borst mist de purperen glans en de halsvlek is nauwelijks ontwikkeld. De lichte staartband is aanwezig maar minder scherp begrensd. De snavel is grijzer, de poten bleker rood en de iris donkerbruin, pas later verkleurend naar oranje of rood.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden geboren met een dun, grijsbruin dons. De snavel is donker en relatief fors, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. In de eerste levensweken worden ze gevoed met 'duivenmelk', waarna ze het juveniele verenkleed ontwikkelen.