Vogel
Baikaltaling
Baikaltaling
Sibirionetta formosa
Log in om deze soort toe te voegenDe Baikaltaling (Synoniem: Siberische taling / Formosa taling) behoort tot het geslacht Sibirionetta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze kleine watereend broedt in het oosten van Siberië, vooral in moerassige bossen en randzones van toendra. Tijdens de winter trekt hij zuidwaarts naar moerassen en zoetwatergebieden in Oost-Azië, zoals Japan, Zuid-Korea en China. De soort voedt zich door te "dobberen" op het water en heeft diverse vocale geluiden voor sociale interacties.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Sibirionetta
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
Het mannetje heeft een opvallend en kleurrijk verenkleed. De kop is glanzend groen met een lange crèmekleurige streep die van het oog naar de nek loopt en uitwaaiert, contrasterend met de donkere kruin. De wangen zijn lichter bruin. De borst is lichtbeige met donkere stippen, de flanken grijsgestreept en de buik wit. De rug is donkerder bruin met fijne bandering. De vleugels tonen een iriserende groene spiegel met witte en zwarte randen. De snavel is donkergrijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is bruin met een fijn gebandeerd patroon en lichter beige onderzijde. De kop is bruin met een subtiele donkere oogstreep en een vage lichte wenkbrauwstreep. De vleugels hebben een groene spiegel, maar minder opvallend dan bij het mannetje. De snavel is grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op de vrouwtjes, maar zijn egaler bruin en grijzer van toon, met een minder contrastrijke koptekening. De vleugelspiegel is nog vaag. De snavel is lichter grijs, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin aan de bovenzijde met geelbruine vlekken en strepen op kop en rug. De onderzijde is lichtgeel tot beige. De snavel is klein en grijszwart, de poten vleeskleurig en de iris donker.