Barrow brilduiker

Bucephala islandica

Log in om deze soort toe te voegen

De Barrow brilduiker (Synoniem: IJslandse brilduiker) behoort tot het geslacht Bucephala binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze eend komt voor in beboste meren en vijvers van noordwestelijk Noord-Amerika en in IJsland. Ze broeden meestal in boomholtes en vertonen een sterk territoriaal en monogaam broedgedrag. In de winter migreren ze naar beschermde kusten en open wateren, waar ze sociaal samenkomen en in estuaria rusten.

Barrow brilduiker
Barrow's Goldeneye
Island-Goldsaugenente
Garrot d' Islande

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Bucephala

Ringmaat

Man 11.0 mm Vrouw 11.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje heeft een glanzend zwart verenkleed op kop, rug en borst, met een iriserende blauw- tot groenachtige tint afhankelijk van het licht. De flanken en buik zijn helderwit. Opvallend is de grote witte, halvemaanvormige vlek achter de snavel, die verschilt van de ronde vlek van de Amerikaanse brilduiker. De rug is zwart, de vleugels zwart met witte dekveren. De snavel is zwart, de poten oranjegeel en de iris felgeel.

Vrouw:
Het vrouwtje is bruingrijs met een donkerbruine kop en lichtere grijze flanken. De buik is vuilwit. Een opvallend kenmerk is de kleine witte vlek aan de basis van de snavel. De snavel is geelachtig met een donkere punt, de poten zijn oranjegeel en de iris is geel tot lichtbruin.

Juveniel:
Juvenielen lijken op het vrouwtje maar zijn egaler bruingrijs, met een meer uniforme buik en slechts een zwakke witte vlek bij de snavelbasis. De snavel is grijzer, de poten vleeskleurig tot geelgrijs en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin aan de bovenzijde met lichtere, geelbruine vlekken langs kop en rug. De onderzijde is beige tot witachtig. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 161
  • Tijdschrift 222
  • Tijdschrift 253
  • Tijdschrift 264