Vogel
Bergeend
Bergeend
Tadorna tadorna
Log in om deze soort toe te voegenDe Bergeend behoort tot het geslacht Tadorna uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze opvallende, bontgekleurde vogel valt op door zijn grootte, die tussen eend en gans in zit, en broedt vooral langs de kust, van de Waddeneilanden tot in Zeeland, maar is de laatste decennia ook steeds vaker in het binnenland te vinden, vooral langs grote rivieren en in brakke polders. Hij nestelt graag in holen, zoals verlaten konijnenholen, en zoekt zijn voedsel -kleine waterdiertjes- in ondiep, slikrijk water. Na het broedseizoen verzamelen zich grote groepen aan de mondingen van grote rivieren om te ruien, waarbij ze tijdelijk niet kunnen vliegen. Het is een sociale vogel; jonge kuikens vormen crèches onder begeleiding van een paar volwassen dieren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Tadorna
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
Het mannetje heeft een opvallend en contrastrijk verenkleed. De kop en bovenhals zijn glanzend zwartgroen, de borst is wit met een brede kastanjebruine band die doorloopt langs de flanken. De rug en buik zijn wit, de onderstaart zwart. In vlucht zijn de grote witte bovenvleugelvlakken duidelijk zichtbaar, contrasterend met de zwarte slagpennen en een groene spiegel. De snavel is rood met een duidelijke knobbel bij de basis, de poten zijn roze en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkend aan het mannetje, maar mist de duidelijke snavelknobbel en is gemiddeld iets kleiner. Haar kastanjebruine borstband is vaak minder intens van kleur. De snavel is doffer rood, de poten roze en de iris donker.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter van kleur, met een overwegend grijsbruin kleed en een witte onderzijde. De kastanjebruine borstband ontbreekt of is slechts vaag aanwezig. De vleugelspiegel is nog minder contrastrijk. De snavel is grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn wit met donkere bruine vlekken en strepen op rug en kop. De onderzijde is helder wit. De snavel is kort en grijszwart, de poten vleeskleurig en de iris donker.