Blauwvleugelgans

Cyanochen cyanoptera

Log in om deze soort toe te voegen

De Blauwvleugelgans (Synoniem: Ethiopische blauwvleugelgans) behoort tot het geslacht Cyanochen binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze middelgrote gans komt uitsluitend voor in de hooglanden van Ethiopië, waar hij leeft in vochtige graslanden en moerassige gebieden. Hij heeft een rustig gedrag en leeft voornamelijk van gras en waterplanten. De soort is aangepast aan semi-aquatische habitats en vertoont sociale eigenschappen in kleine groepen.

Blauwvleugelgans
Blue-winged Goose
Blauflügelgans
Oie à ailes bleues

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Cyanochen

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een overwegend grijswit verenkleed met fijne donkere bandering op rug en flanken. De kop en hals zijn lichter grijs, bijna witachtig. Opvallend zijn de blauwglanzende vleugeldekveren, die de soort haar naam geven. De borst is lichtgrijs, de buik wit en de staart zwart. De snavel is kort en zwart, de poten zijn roze tot oranjerood en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en doffer van kleur. De blauwe vleugels zijn aanwezig maar minder glanzend. De snavel, poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en matter dan de volwassen vogels, met een minder duidelijke bandering en een vager blauw op de vleugels. De buik is vuilwit. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot grijsroze en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn lichtgeel tot beige aan de onderzijde, met donkerbruine donsbedekking op rug en kop en een paar lichtere strepen voor camouflage. De snavel is klein en grijszwart, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 248