Vogel
Bartletts dolksteekduif
Bartletts dolksteekduif
Gallicolumba crinigera
Log in om deze soort toe te voegenDe Bartletts dolksteekduif (Synoniem: ) behoort tot het geslacht Gallicolumba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogelsoort komt uitsluitend voor op enkele Filipijnse eilanden zoals Mindanao, Basilan en Samar, waar hij leeft in bossen en beboste gebieden. Hij is schuw en brengt veel tijd door op de bosbodem, waar hij zich voedt met zaden en kleine dieren. Bij verstoring vliegt hij slechts korte afstanden weg en vertoont een teruggetrokken gedrag.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Gallicolumba
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje (de Luzon-baardgrondduif) is een middelgrote, gedrongen gebouwde duif van circa 30 cm lengte. Het meest opvallende kenmerk is de fel rood tot karmijn gekleurde vlek op de borst, die scherp contrasteert met de witte keel en de grijze tot blauwgrijze kop. De rug en vleugels zijn overwegend donkerbruin tot kastanjebruin met groene en bronskleurige irisatie op de dekveren. De buik is witachtig, terwijl de flanken en onderstaart donkerder grijsbruin zijn. Rond de hals lopen fijne, verlengde, lichtgrijze veertjes die de soort een 'baardachtig' uiterlijk geven. De snavel is zwart, de poten donkerrood en de iris oranjerood.
Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en matter van kleur dan het mannetje. De rode borstvlek is minder intens of iets kleiner en de irisatie op rug en vleugels is doffer. De keel en buik zijn identiek wit, maar de contrastering met de borst is minder scherp. Snavel, poten en iris hebben dezelfde tinten, maar minder uitgesproken.
Juveniel:
Jonge vogels missen de karakteristieke rode borstvlek volledig. Hun verenkleed is overwegend bruinachtig met lichtere veerranden waardoor een geschubd patroon ontstaat. De onderzijde is vuilwit tot lichtgrijs en de verlengde halsveren ontbreken. De snavel is grijszwart, de poten bleker rood en de iris donkerbruin. Pas na de eerste rui verschijnt de kenmerkende borsttekening.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en komen uit met een dun, bruin tot grijs dons. De snavel is relatief groot en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. In de eerste weken worden ze gevoed met 'duivenmelk' en ontwikkelen daarna het bruinige juveniele kleed.