Canadese gans (vancouver)

Branta canadensis fulva

Log in om deze soort toe te voegen

De Canadese gans (vancouver) behoort tot het geslacht Branta uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

De grote Canadese gans is oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika, maar komt tegenwoordig ook in Noordwest-Europa voor, waar de soort sinds de 20e eeuw als exoot aanwezig is door ontsnapte park- en voli�revogels. Deze gans bewoont vooral graslanden, vennen en veenmoerassen in de buurt van water, en past zich makkelijk aan in stedelijk gebied, zoals parken en recreatievijvers. Het zijn sociale vogels die vaak in gezinsverband leven, broeden van maart tot mei en eten met name gras, waterplanten en landbouwgewassen, waardoor ze soms overlast veroorzaken door vraatschade en vervuiling.

Canadese gans (vancouver)
Vancouver Canada Goose
Vancouver-Kanadagans
Bernache du Canada de Vancouver

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Branta

Ringmaat

Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje (de Vancouver Canada goose, een donkere Pacifische ondersoort) heeft een zwarte kop en hals met een contrasterende witte kinband (gularis-band) die de wangen en keel markeert. De borst is donkerbruin, de flanken zijn diep bruin met fijne bandering, en de buik is vuilwit tot bruinachtig wit. De rug en bovenvleugels zijn donkerbruin, de slagpennen zwart en de staart zwart met een witte onderstaart. In vergelijking met andere ondersoorten is fulva donkerder van toon en heeft het een relatief lange hals en forse bouw, maar kleiner dan maxima en vaak vergelijkbaar met moffitti. De snavel is zwart en krachtig gebouwd. Poten en voeten zijn zwart, de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje, en in het veld nauwelijks te onderscheiden. Ze is gemiddeld iets kleiner en slanker gebouwd, maar toont dezelfde donkere kleedkenmerken. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en grijzer van kleur, met een bruine waas over de zwarte kop en hals. De witte kinband is smaller en vaak minder scherp begrensd. De borst is donkergrijsbruin, de flanken minder scherp gebandeerd en de rug egaler bruin. De snavel is zwartgrijs, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn geel donsachtig aan de onderzijde, met een olijfbruine bovenzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.