Vogel
Eidereend (Faeröer)
Eidereend (Faeröer)
Somateria mollissima faeroeensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Eidereend (faeröer) (Synoniem: Faeroe eider) behoort tot het geslacht Somateria binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze eendensoort komt voor op de Faeröer-eilanden en broedt in kustgebieden met rotsachtige en open landschappen. Ze leeft vooral in mariene omgevingen en voedt zich met schelpdieren en kleine zeedieren. Het is een sociale vogel die in groepen rust en tijdens de broedtijd beschermend gedrag vertoont.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Somateria
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
Het mannetje lijkt sterk op de nominaatvorm mollissima, met een contrasterend zwart-wit verenkleed en een groene waas op de achterzijde van de nek. De kruin is zwart, de rug en borst zijn wit, en de buik en flanken zwart. Het verschil zit vooral in de bouw: faeroeensis is gemiddeld zwaarder, forser en donkerder van toon. De snavel is hoornkleurig tot geelachtig, met korte maar brede snavellobben. De poten zijn grijsgroen en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is donkerder dan bij mollissima, met een warm kastanjebruin tot donkerbruin verenkleed en een grovere bandering. Dit biedt goede camouflage in de rotsige broedhabitats van de Faeröer. De snavel is grijsgelig tot bruin, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken op het vrouwtje, maar zijn matter bruin en tonen grovere strepen en minder subtiele bandering. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot grijsgroen en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn aan de bovenzijde donkerbruin met lichtere strepen en aan de onderzijde lichtgrijsbruin tot beige. De snavel is kort en donkergrijs, de poten zijn grijsgroen tot vleeskleurig en de iris donker.