Eyton fluiteend

Dendrocygna eytoni

Log in om deze soort toe te voegen

De Eyton fluiteend (Synoniem: Eyton boomeend) behoort tot het geslacht Dendrocygna binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze vogel komt voornamelijk voor in het noorden en oosten van Australi�, waar hij leeft in graslanden en gebieden nabij water. Het is een sociale soort die vaak in grote groepen gezien wordt. Tijdens het foerageren graast hij voornamelijk op gras, waarbij hij rechtop in het water staat om voedsel te zoeken. Bij verstoring vliegt hij luid fluitend op.

Eyton fluiteend
Plumed Whistling Duck
Spitzschopfpfeifgans
Dendrocygne � lunules

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Dendrocygna

Ringmaat

Man 11.0 mm Vrouw 11.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een opvallend, warmbruin verenkleed. De kop en hals zijn lichtbruin, de rug en bovenvleugels donkerder bruin met fijne lichtere randen. Opvallend zijn de lange, fijne, lichtere pluimen langs de flanken die naar achteren doorlopen en het dier een �manenachtig� uiterlijk geven. De borst is licht kastanjebruin met donkere lengtestrepen, de buik vuilwit. De snavel is grijsachtig blauw, de poten zijn blauwgrijs en de iris geel tot oranjebruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje. Zij is gemiddeld iets kleiner en slanker gebouwd, maar toont dezelfde karakteristieke flankpluimen. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn doffer bruin met minder contrastrijke strepen op de borst. De flankpluimen zijn korter en minder ontwikkeld. De snavel is grijzer van toon, de poten vleeskleurig tot grijs, en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde met een geelachtige tot vuilwitte onderzijde. Ze hebben lichte vlekken op de wangen en een lichte oogstreep die contrasteert met de donkere kruin en rugstrepen. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 239
  • Tijdschrift 210