Falkland booteend

Tachyeres brachypterus

Log in om deze soort toe te voegen

De Falkland booteend behoort tot het geslacht Tachyeres uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

De falklandbooteend is een prachtige vogelsoort die endemisch is op de Falklandeilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan. Het zijn vaste bewoners van de eilanden en geven de voorkeur aan rotsige kusten en beschutte baaien. Deze vogels zijn sterk gebonden aan zeewater en kustgebieden, en komen zelden verder dan drie kilometer landinwaarts. Ze voeden zich met kleine mariene dieren en zijn bekend om hun unieke zwemgedrag, waarbij ze hun vleugels en poten op het water slaan. Paartjes zijn zeer territoriaal en verdedigen hun gebied met passie.

Falkland booteend
Falkland Steamerduck
Falkland-Dampfschiffente
Canard vapeur des Malouines

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Tachyeres

Ringmaat

Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een zwaar gebouwd lichaam met korte vleugels die ongeschikt zijn voor vlucht. Het verenkleed is overwegend grijs met duidelijke fijne bandering. De kop en hals zijn iets donkerder grijs, de rug donkerder gebandeerd. De snavel is geel met een donkere nagel, de poten zijn oranje tot geelachtig met zwarte vliezen. De iris is donkerbruin. Deze soort valt op door zijn robuuste bouw en zwembewegingen waarbij de vleugels als peddels worden gebruikt.

Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en in het veld nauwelijks te onderscheiden. Ze is gemiddeld iets kleiner en fijner van bouw. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn donkerder grijsbruin van kleur, met minder contrastrijke bandering. De onderzijde is vuilwit tot grijzig, de kop doffer grijsbruin. De snavel is grijzer van toon, later verkleurend naar geel. De poten zijn vleeskleurig tot grauw en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde met een lichter, geelachtig tot vuilwit dons aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.