Filippijn eend

Anas luzonica

Log in om deze soort toe te voegen

De Filippijn eend behoort tot het geslacht Anas uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze endemische Filipijnse eend is voornamelijk te vinden in ondiepe zoetwater habitats zoals meren, moerassen en estuaria. Ze bewoont een breed scala aan natuurgebieden, van bergmeren tot kustwateren, waar ze voornamelijk op plantaardig materiaal, schaaldieren en kleine diertjes foerageert. De eenden zijn vooral actief in de ochtend, avond en op heldere maannachten, en worden vaak in paren of kleine groepen gezien.

Filippijn eend
Philippine Duck
Philippinenente
Canard des Philippines

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Anas

Ringmaat

Man 11.0 mm Vrouw 11.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een overwegend warmbruin verenkleed met lichtere geschubde patronen op borst en flanken. De kop en nek zijn lichter bruin, vaak met een grijzige tint, en tonen een opvallende donkere oogstreep die doorloopt tot in de nek. De buik is vuilwit tot bleekgrijs. De vleugels hebben een iriserend groen speculum, met zwart omlijst. De snavel is donkergrijs tot zwart, de poten zijn oranjegeel en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en in het veld moeilijk te onderscheiden. Ze is gemiddeld iets kleiner en fijner gebouwd. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en grijzer van toon. De oogstreep is aanwezig, maar vaak minder scherp afgetekend. Het verenkleed is egaler bruin zonder uitgesproken geschubd patroon. De snavel is grijzer en smaller, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde, met een geelachtig dons aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, contrasterend met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 267