Vogel
Geelsnavel pijlstaart (chili)
Geelsnavel pijlstaart (chili)
Anas georgica spinicauda
Log in om deze soort toe te voegenDe Geelsnavel pijlstaart (chili) (Synoniem: Chili pijlstaart) behoort tot het geslacht Anas binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze eendensoort komt voor in grote delen van Zuid-Amerika, van zuid-Colombia tot Tierra del Fuego en de Falklandeilanden. Ze leeft in zoetwatergebieden zoals meren, rivieren en moerassen, vaak tot 4600 meter hoogte. Het zijn foeragerende eenden die voornamelijk in groepen leven, waarbij noordelijke populaties sedentair zijn en zuidelijker exemplaren migreren tijdens de winter.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Anas
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend bruin verenkleed met fijne lichtere veerranden die een geschubd patroon vormen. De kop en hals zijn lichter bruin met een grijzige zweem, terwijl de borst en flanken warmbruin tot kastanjebruin getint zijn. De buik is lichter, vaak vuilwit. De vleugels hebben een opvallend iriserend groene speculum, zwart omlijst en aan de voorzijde vaak begrensd door een lichte band. De snavel is geel met een zwarte dorsale lijn over de bovensnavel, wat kenmerkend is voor de soort. De poten zijn grijsachtig geel tot oranje en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en moeilijk in het veld te onderscheiden. Zij is gemiddeld iets kleiner en slanker gebouwd. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van kleur, met minder uitgesproken geschubde patronen op rug en flanken. De kop en hals zijn egaler bruin, en de speculum is vaak minder iriserend. De snavel is grijsgeel, met een zwakker ontwikkelde gele kleur. De poten zijn doffer grijs tot grauwgeel en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde met een gelige tot lichtbruine onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.