Gemaskerde stekelstaart

Nomonyx dominicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Gemaskerde stekelstaart (Synoniem: Maskerstekelstaart) behoort tot het geslacht Nomonyx binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze kleine stekelstaarteend komt voor in tropisch Amerika, van Mexico tot in noordelijk Zuid-Amerika en op de Caraïben. Hij leeft vooral in zoetwatermeren, moerassen, rijstvelden, mangroves en draslanden met dichte vegetatie waar hij zich graag tussen de waterplanten verschuilt. Hij foerageert vooral op waterplanten, zaden, insecten en kleine kreeftachtigen door te duiken en te grondelen; bij gevaar duikt hij liever weg dan dat hij opspringt. Overdag houdt hij zich schuil, en 's nachts zoekt hij zijn voedsel, om voor zonsopgang weer terug te keren naar de rustplaats. De vrouwtjes zijn minder fel gekleurd dan de mannetjes; het mannetje valt op door zijn zwarte kop en rode lichaam.

Gemaskerde stekelstaart
Masked Duck
Maskenruderente
Érismature masquée

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Nomonyx

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.

Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje in broedkleed heeft een kastanjebruin lichaam met donkere vlekken op rug en flanken. De kop en nek zijn zwart, met een kleine, witte wangvlek achter het oor. Opvallend is de helderblauwe snavel, kort en vrij breed aan de basis. De staart is spits en vaak opgericht. De poten zijn grijs tot blauwgrijs en de iris rood. Buiten het broedseizoen is het verenkleed doffer en bruiner, met minder contrasterende kleuren.

Vrouw:
Het vrouwtje is overwegend warmbruin met een fijn gebandeerd en gevlekt patroon. Ze heeft een karakteristieke donkere kruinstreep en een donkere oogstreep, contrasterend met lichte wenkbrauwstrepen en wangen. De snavel is grijzer van kleur, de poten zijn grijs en de iris donkerbruin.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op vrouwtjes maar zijn matter van kleur. De oogstreep en wenkbrauwstreep zijn vaag en minder contrasterend. Het verenkleed is egaler bruin met een zwakker patroon. De snavel is klein en grijs, de poten zijn vleeskleurig tot grijs en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde, met een lichtere, geelbruine onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 288