Grijskopgans

Chloephaga poliocephala

Log in om deze soort toe te voegen

De Grijskopgans behoort tot het geslacht Chloephaga uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze middelgrote gans leeft in de open graslanden, vochtige bossen en moerasgebieden van zuidelijk Argentini� en Chili, tot aan Tierra del Fuego. Ze broedt in het najaar in nestplaatsen aan de grond of in boomholtes. De soort is voornamelijk vegetarisch, eet gras en vruchten en trekt in de winter naar lagere gebieden.

Grijskopgans
Gray-headed Goose
Graukopfgans
Oie � t�te grise

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Chloephaga

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een opvallend tweekleurig verenkleed. De kop en bovenhals zijn egaal lichtgrijs, wat scherp contrasteert met de kastanjebruine borst en flanken. De rug en vleugeldekveren zijn donkerbruin tot zwartachtig met lichte veerranden, waardoor een fijn geschubd patroon ontstaat. De buik en onderstaart zijn wit. De vleugels vertonen een glanzend groene speculum met zwarte en witte randen. De snavel is zwart, de poten zijn oranjegeel en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en slanker van bouw. In het veld is het onderscheid minimaal. Snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en grijzer van kleur, met een minder contrasterend verschil tussen de grijze kop en de kastanjebruine borst. De rug en vleugels zijn egaler bruin en de speculum is minder iriserend. De snavel is grijzer, de poten vleeskleurig tot dof oranje en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde met een geelachtig tot vuilwitte onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 263
  • Tijdschrift 245
  • Tijdschrift 157