Grote zee-eend (amerikaanse)

Melanitta deglandi

Log in om deze soort toe te voegen

De Grote zee-eend (amerikaanse) (Synoniem: Amerikaanse Witvleugel zee-eend) behoort tot het geslacht Melanitta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze grote zee-eend broedt in boreale bossen rond meren en poelen in Alaska en Canada en overwintert langs ondiepe kustwateren, baaien en estuaria. Ze duiken diep om mosselen en andere bodemdieren te vangen. Tijdens de vlucht vormen ze vaak dichte groepen en na het broeden trekken ze naar speciale ruiplaatsen waarbij ze tijdelijk niet kunnen vliegen.

Grote zee-eend (amerikaanse)
White-winged Scoter (American)
Samtente (Amerikanische)
Macreuse � ailes blanches (Am�rique)

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Melanitta

Ringmaat

Man 13.0 mm Vrouw 13.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje is vrijwel geheel zwart, met een lichte bruinige glans op rug en flanken bij goed licht. Opvallend zijn de grote witte vlekken achter het oog en de brede witte vleugelvlek die in vlucht duidelijk zichtbaar is. De snavel is groot en gezwollen aan de basis, oranje-geel met zwart en vaak een knobbelige structuur. De poten zijn oranjerood en de iris is witachtig.

Vrouw:
Het vrouwtje is donkerbruin met lichtere, grijzere flanken en onderzijde. Zij toont meestal twee vage, lichte vlekken op het gezicht: ��n achter het oog en ��n bij de snavelbasis. De vleugelvlek is kleiner en minder opvallend dan bij het mannetje. De snavel is dof grijsbruin met minder contrasterende kleuren, de poten zijn grijsachtig tot dof oranje en de iris donkerbruin.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op vrouwtjes, maar zijn matter en egaler bruin. De lichte gezichtsvlekken zijn aanwezig maar zeer vaag. De vleugelvlek is klein en zwak ontwikkeld. De snavel is grijs, de poten vleeskleurig tot grauw en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde met een geelachtig tot vuilwitte onderzijde. Ze hebben een donkere oogstreep en kruinstreep, met lichtere wangen. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.