Vogel
Hartlaubeend
Hartlaubeend
Pteronetta hartlaubii
Log in om deze soort toe te voegenDe Hartlaubeend behoort tot het geslacht Pteronetta uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze eend leeft in het dichte oerwoud van West- en Centraal-Afrika, van Sierra Leone tot Oeganda en Angola, voornamelijk langs beboste rivieroevers. Hij brengt vaak tijd door op takken nabij water en voedt zich voornamelijk 's nachts. Tijdens het broedseizoen verdedigen beide ouders het nest agressief.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Pteronetta
Ringmaat
Man 11.0 mm Vrouw 11.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Man:
Het mannetje heeft een donker kastanjebruin verenkleed met glanzend zwarte kop, nek en borst. De rug en vleugels zijn donkerbruin tot zwart, vaak met een groenachtige glans op de slagpennen. De flanken en buik zijn roodbruin. De snavel is zwart, lang en slank. De poten zijn grijs tot zwart en de iris is rood.
Vrouw:
Het vrouwtje is uiterlijk vrijwel identiek aan het mannetje. In het veld is er nauwelijks verschil zichtbaar in verenkleed of lichaamsbouw. Soms is de iris bij vrouwtjes iets bruiner van tint, maar dit kenmerk is variabel en onbetrouwbaar.
Juveniel:
Juveniele vogels lijken sterk op de volwassenen, maar zijn matter van kleur en hebben een bruinere kop en borst. De iris is aanvankelijk donkerbruin in plaats van rood. De snavel en poten zijn grijsachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met donkerbruin dons aan de bovenzijde, met een lichtere buik. Er is een kleine, lichte vlek aanwezig bij de oogstreek. De snavel is kort en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.