Keizergans

Anser canagicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Keizergans behoort tot het geslacht Anser uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze middelgrote gans leeft in het Arctische en subarctische kustgebied van Alaska en het oostelijke Russische kustgebied, met broedplaatsen bij meren en moerassen. Ze trekken �s winters naar ijsvrije kusten van de Aleoeten en Canada. Het zijn rustige vogels die zich voeden met waterplanten, zeewier en schelpdieren en vooral in kleine familieverbanden voorkomen.

Keizergans
Emperor Goose
Kriegsgans
Oie empereur

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Anser

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een overwegend grijsgrauw verenkleed met fijne lichte banden, waardoor een geschubd patroon ontstaat. De kop en nek zijn zuiver wit, scherp contrasterend met de donkere borst en rug. De snavel is kort, robuust en zwart. De poten zijn oranjerood en de iris is donkerbruin. De vleugels zijn breed, met donkerdere slagpennen.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en lichter gebouwd. Het verenkleed is vrijwel identiek, met dezelfde witte kop en grijze lichaamsveren. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juveniele vogels hebben een grijsbruine kop in plaats van wit. De borst en rug zijn doffer en bruiner, met een zwakkere geschubde tekening. De snavel is lichter grijsbruin, de poten vleeskleurig tot oranjegrijs en de iris donker. Pas na de eerste winter krijgen jonge vogels de karakteristieke witte kop.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geel dons met donkere bruine strepen over rug en kop, wat camouflage biedt in graslanden en op open kusten. De onderzijde is lichter geel tot beige. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 285
  • Tijdschrift 235