Knobbelpronkeend (Afrikaanse)

Sarkidiornis melanotos

Log in om deze soort toe te voegen

De Knobbelpronkeend man (Afrikaanse) behoort tot het geslacht Sarkidiornis uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze aantrekkelijke vogel is te vinden in de tropische en subtropische natte gebieden van Sub-Sahara Afrika, Madagaskar, en Zuid-Azi�. Het leeft in vari�rend van grassige poelen tot vloedbossen en rijstvelden. De vogel is voornamelijk standvogel maar kan zich seizoensgebonden verplaatsen naar gebieden met meer water. Het is een grote duck met een opvallende zwarte knobbel op de snavel van de mannetjes.

Knobbelpronkeend man (Afrikaanse)
Knob-billed Duck (male African)
Knobbelproneente M�nnchen
Canard � bosse m�le (africain)

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Sarkidiornis

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
Het mannetje is een grote, bont gekleurde eend met een karakteristieke zwarte knobbel aan de basis van de snavel. Het verenkleed is contrastrijk: de kop en nek zijn wit met een groenachtig iriserende zweem, vaak gespikkeld met zwart. De borst en buik zijn wit, de rug en vleugels glanzend zwart met een purperen tot groene glans. Op de vleugels valt een opvallende witte vlek op. De snavel is zwart met de grote knobbel, de poten zijn grijs tot zwart en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en mist de knobbel op de snavel. Haar kop en nek zijn minder iriserend en meestal fijner gespikkeld zwart-wit. De rest van het verenkleed is gelijk aan dat van het mannetje, zij het iets matter. De snavel is zwart, de poten zijn grijs tot zwart en de iris donkerbruin.

Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en minder contrastrijk. De kop en nek zijn vuilwit met bruingrijze vlekken. De vleugels zijn donkerbruin met een vage witte vleugelvlek. De snavel is kleiner en grijzig, zonder knobbel. De poten zijn vleeskleurig tot grijs en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn geelachtig donsachtig aan de onderzijde en donkerbruin aan de bovenzijde. Ze hebben een donkere kopkap en rugstrepen, met lichte wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 271
  • Tijdschrift 262
  • Tijdschrift 170