Vogel
Knobbelpronkeend (Zuid-Amerikaanse)
Knobbelpronkeend (Zuid-Amerikaanse)
Sarkidiornis sylvicola
Log in om deze soort toe te voegenDe Knobbelpronkeend man (Zuid-Amerikaanse) behoort tot het geslacht Sarkidiornis uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze eend komt voor in tropische natte gebieden van Zuid-Amerika, van Colombia en Venezuela tot Argentini�. Ze leeft in moerassen, poelen, rivieren en rijstvelden. De soort is sociaal en wordt vaak in groepen gezien; ze nestelt in boomholtes en voedt zich met planten en kleine dieren in het water.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Sarkidiornis
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
Het mannetje is een forse, bont gekleurde eend met een grote zwarte knobbel aan de basis van de snavel. De kop en hals zijn wit met zwarte vlekjes en een subtiele groen-paarse iriserende glans. De borst en buik zijn wit, de rug en vleugels glanzend zwart met een purperen tot groene metallic glans. Opvallend is de grote witte vleugelvlek die in vlucht zichtbaar is. De snavel is zwart met de kenmerkende knobbel, de poten zijn grijs tot zwart en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en mist de knobbel. De kop en hals zijn wit met fijner zwart gespikkelde patronen en tonen minder iriserende glans. Het verenkleed is verder gelijk aan dat van het mannetje, maar iets matter. De snavel is zwart, de poten zijn grijs tot zwart en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van kleur. De kop en hals zijn vuilwit met bruinige vlekken, de vleugels donkerbruin met een onduidelijke witte vleugelvlek. De snavel is grijs en nog zonder knobbel. De poten zijn vleeskleurig tot grijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn geelachtig donsachtig aan de onderzijde met een donkere bovenzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichte wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.