Marmertaling

Marmaronetta angustirostris

Log in om deze soort toe te voegen

De Marmertaling (Synoniem: Marmereend) behoort tot het geslacht Marmaronetta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze vogelsoort kommt vooral voor in het zuiden van Europa, noordelijk Afrika en westelijk en centraal Azië. Ze leven voornamelijk in ondiepe, dichtbegroeide wetlands en brakke wateren rijk aan vegetatie. Deze vogels zijn gregair en vliegen vaak in grote groepen buiten de broedperiode. Hun dieet bestaat uit zaden, insecten en andere aquatische organismen. Door habitatverlies zijn hun populaties sterk afgenomen, waardoor ze als bedreigd worden beschouwd.

Marmertaling
Marbled Teal
Marmortauchente
Marmaronette marbrée

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Marmaronetta

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje heeft een overwegend lichtbruin tot zandkleurig verenkleed, subtiel gemarmerd met lichtere en donkere vlekjes over het hele lichaam. De kop en hals zijn lichtbruin met een vale kruinstreep. De rug is donkerder bruin, de buik vuilwit. De vleugels zijn donkerbruin met een bleke, niet erg opvallende speculum. De snavel is lang, slank en grijs tot blauwgrijs; de poten zijn grijs en de iris donkerbruin. Het silhouet is slank en elegant, met een lange staart.

Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje en in het veld moeilijk te onderscheiden. Zij is gemiddeld iets kleiner en fijner gebouwd. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van toon, met een minder duidelijk gemarmerd patroon. De kruinstreep is vaak zwak ontwikkeld. De snavel is grijzer, de poten vleeskleurig tot grauw en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en geelachtig aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en kin. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 196
  • Tijdschrift 213
  • Tijdschrift 250