Vogel
Niet-vliegende Auckland taling
Niet-vliegende Auckland taling
Anas aucklandica
Log in om deze soort toe te voegenDe Niet-vliegende Auckland taling (Synoniem: Auckland Bruine taling) behoort tot het geslacht Anas binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze vogelsoort is endemisch voor de Aucklandeilanden, een subantarctische eilandengroep ten zuiden van Nieuw-Zeeland. Ze bewoont diverse habitats, waaronder beschutte kustlijnen, yaccigrasvelden en kelpbedden. De vogels zijn voornamelijk carnivoren en voeden zich met zeedieren, insecten en kleine ongewervelde dieren. Ze zijn semi-nocturnaal en territoriaal, vaak alleen in paren. De soort is vluchteloos en verplaatst zich voornamelijk te voet.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Anas
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Man:
Het mannetje heeft een donkerbruin verenkleed met fijn geschubde tekening op borst en flanken. De kop en hals zijn egaal donkerbruin met een subtiele groenige glans bij goed licht. De vleugels hebben een iriserend groene speculum, zwart omlijst en vaak slechts zwak zichtbaar bij gesloten vleugel. De snavel is donkergrijs tot zwart, de poten zijn grijs en de iris is roodachtig. Het silhouet is compact, met korte vleugels (de soort is vliegloos).
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en fijner gebouwd. Het verenkleed is even donker en gelijk getekend. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en grijzer van kleur, met minder uitgesproken geschubde tekening op borst en flanken. De snavel is doffer grijs, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde met een geelachtige onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en kin. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.