Vogel
Paradijscasarca
Paradijscasarca
Tadorna variegata
Log in om deze soort toe te voegenDe Paradijscasarca behoort tot het geslacht Tadorna uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze grote watervogel komt veel voor op Nieuw-Zeeland, vooral in graslanden, moerassen en landbouwgebieden. Ze leven meestal in paren en foerageren op gras, insecten en waterplanten. Ze nesten in boomholtes en rotsen en vertonen monogaam broedgedrag waarbij beide ouders voor de jongen zorgen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Tadorna
Ringmaat
Man 13.0 mm Vrouw 13.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Man:
Het mannetje heeft een donker, vrijwel zwart verenkleed met een groene iriserende glans op de kop en nek. De borst en flanken zijn diep kastanjebruin, contrasterend met de donkere rug en buik. De vleugels zijn zwart met een witte bovenvleugel en een groene glanzende speculum. De snavel is zwart, de poten zijn donkergrijs en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer afwijkend van het mannetje en daardoor goed te onderscheiden. De kop en hals zijn helder wit, terwijl het lichaam kastanjebruin is, vaak rijker van tint dan bij het mannetje. De vleugelpatronen zijn gelijkend: zwart met een witte bovenvleugel en groene speculum. De snavel is zwart, de poten zijn donkergrijs en de iris is donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en grijzer dan adulten. Jonge mannetjes zijn donkerbruin met zwakkere kastanjekleuring en missen de glans op de kop. Jonge vrouwtjes hebben een vuilwitte kop en een lichter bruin lichaam. De snavel is grijszwart, de poten zijn vleeskleurig tot grijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donzig donkerbruin aan de bovenzijde met een duidelijke lichte kruinstreep en rugstrepen. De onderzijde is geelachtig tot vuilwit, met lichtere wangen en kin. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.