Vogel
Rode casarca
Rode casarca
Tadorna ferruginea
Log in om deze soort toe te voegenDe Rode casarca (Synoniem: Gele casarca, Casarca) behoort tot het geslacht Tadorna binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze vogel dankt zijn naam aan de opvallende oranjebruine kleur van zijn verenkleed. Hij is te vinden in een groot deel van Europa, Azi� en delen van Afrika, en prefereert grote wateren zoals meren en rivieren. Het is een migrerende soort die in de winter naar het Indische subcontinent trekt. Het zijn sociale vogels die in groepen leven en zich voeden met plantaardig materiaal. Ze nestelen vaak in boomholtes of onder rotsen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Tadorna
Ringmaat
Man 13.0 mm Vrouw 13.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan watervogels, van kleine talingen tot grote zwanen. In de avicultuur vragen zij om ruime verblijven met water, graszones en beschutting. Ze bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om ruime verblijven met voldoende zwemwater, zachte oevers en mogelijkheden om te grazen of foerageren. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen) tot 15-20m² per groot paar (bijv. zwanen of grote ganzen); ondiepe en diepe zones; zachte oevers; binnenverblijf ± 2 m² per klein paar tot 6–10 m² per groot paar, droog en tochtvrij.
- Klimaat: gematigd tot tropisch afhankelijk van soort; tropische soorten bij < 15 °C naar verwarmd binnenhok; schaduw en drainage belangrijk.
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode – voldoende ruimte voorkomt conflicten.
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: waterkwaliteit handhaven via doorstroming of verversing; nestgelegenheid in beschutte zones; rustige ligging en hygiëne essentieel voor welzijn.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
Het mannetje heeft een warm roestoranje verenkleed over vrijwel het hele lichaam. De kop en hals zijn lichter beige tot cr�mekleurig, wat contrasteert met de dieper oranje borst en flanken. In broedkleed draagt hij een smalle, zwarte halsring. De vleugels zijn opvallend: de dekveren zijn wit, de slagpennen zwart, en de secundairen glanzend groen. De staart is zwart. De snavel is zwart, de poten zijn zwart en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is vergelijkbaar in kleur, maar mist de zwarte halsring. Haar kop is vaak lichter beige met een subtiele witte oogring. Ze is gemiddeld iets kleiner dan het mannetje. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en grijzer van toon, met een egaler oranjebruin lichaam. De kop is vuilwit tot lichtbruin, zonder contrasterende tekening. De vleugeltekening is aanwezig maar minder fel. De snavel is donkergrijs, de poten zijn vleeskleurig tot grauw en de iris is donker.
Kuiken:
De kuikens zijn geelwit aan de onderzijde en donkerbruin aan de bovenzijde. Ze hebben een donkere kopkap en rugstrepen, met lichte wangen en kin. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.