Roodkopgans

Chloephaga rubidiceps

Log in om deze soort toe te voegen

De Roodkopgans behoort tot het geslacht Chloephaga uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

De Roodkopgans is een middelgrote gans uit het zuiden van Zuid-Amerika, met een opvallende roodbruine kop en nek. Hij komt voor in de open graslanden van Patagonië, Tierra del Fuego (Argentinié en Chili) en op de Falklandeilanden, waar de populatie stabieler is dan op het vasteland. Tijdens het broedseizoen verkiest hij vochtige, begroeide gebieden nabij water, terwijl hij buiten die periode vaak in kleine groepen foerageert, soms samen met verwante soorten. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit grassen en andere planten. De vogel is erg afhankelijk van dekking in het hoge gras voor succesvolle voortplanting, maar door grazend vee en predatie door geïntroduceerde vossen is de continentale populatie sterk afgenomen. Het is een voornamelijk grondbewonende soort die zelden zwemt en bekend staat om een zachte roep bij het mannetje en een schor gekakel bij het vrouwtje.

Roodkopgans
Red-headed Goose
Rotkopfgans
Ouette à tête rousse

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Chloephaga

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Man:
Het mannetje heeft een warm roodbruin gekleurde kop en bovenhals, waaraan de soort zijn naam ontleent. De borst en flanken zijn fijn zwart-wit gebandeerd, de rug is donkerbruin met lichtere randen. De buik en onderstaart zijn wit. De vleugels zijn contrastrijk zwart-wit, met een groene glans op de secundairen (speculum). De snavel is zwart, de poten zijn geel-oranje en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en heeft eveneens een roodbruine kop, maar de kleuren zijn vaak iets matter en de bandering op borst en flanken fijner en grijzer. Zij is gemiddeld iets kleiner en slanker gebouwd. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van kleur, met een vaag roodbruine tint op de kop die minder intens is dan bij volwassen vogels. De borst en flanken zijn subtieler gebandeerd. De snavel is grijzer, de poten vleeskleurig tot oranjegrijs en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en vuilwit tot geelachtig aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichte wangen en een lichte kinvlek. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 221
  • Tijdschrift 250