Vogel
Bronsnekduif (oostelijke)
Bronsnekduif (oostelijke)
Columba delegorguei sharpei
Log in om deze soort toe te voegenDe Bronsnekduif (oostelijke) behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze algemene duivensoort komt voor in bossen en bebost gebied in oostelijk en zuidoostelijk Afrika, van zuidoostelijk Soedan tot Tanzania. Ze bewonen vaak de verdiepingen van het bladerdak, waar ze hun voedsel zoeken. Het zijn niet-trekkende vogels, en ze zijn gekend om hun gedeeltelijk schuwe gedrag. Ze hebben een min of meer uniforme verspreiding in hun habitat, waarbij ze vaak in paartjes of kleine groepen leven.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columba
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote duif van circa 33-36 cm lengte. Het verenkleed is overwegend donker leigrijs tot blauwgrijs, met een opvallende iriserende glans op hals en borst die groen- tot purperachtig kan schitteren. De bovenzijde is donkerder grijs, de vleugels tonen een subtiele zwartige eindzoom en de onderzijde is lichter grijs. De staart is breed, donkergrijs met een duidelijke lichte eindband. De snavel is zwartachtig, de poten karmijnrood en de iris oranjerood tot karmijn, vaak contrasterend met een smalle, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is gemiddeld iets kleiner en minder contrastrijk. De iriserende glans op hals en borst is minder uitgesproken en kan bij slecht licht vrijwel ontbreken. De iris is eerder oranjebruin dan fel rood.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en meer bruingrijs van kleur. Ze missen de irisatie op de hals en hebben vaak lichtere veerranden op rug en vleugels, waardoor een geschubd uiterlijk ontstaat. De lichte eindband op de staart is aanwezig maar minder scherp begrensd. De snavel is grijzer, de poten valer rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden geboren met een dun, grijsbruin dons. De snavel is relatief fors en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. In de eerste levensweken worden ze gevoed met 'duivenmelk', waarna ze het bruinige juveniele kleed ontwikkelen.