Vogel
Loodkleurige ibis
Loodkleurige ibis
Theristicus caerulescens
Log in om deze soort toe te voegenDe Loodkleurige ibis (Synoniem: Loodibis, Plumbeous ibis, Grijze ibis, Blauwkuif ibis) behoort tot het geslacht Theristicus uit de familie van Ibissen en Lepelaars (Threskiornithidae).
Deze grote ibis is te vinden in graslanden en weiden van centraal Zuid-Amerika, waaronder delen van Brazili�, Bolivia, Paraguay en Argentini�. Hij voedt zich voornamelijk met kleine ongewervelden en vis in deels waterrijke habitats. Deze vogel staat bekend om zijn rustige gedrag en broedt in bomen nabij wetlands.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
- Bird Family
- Ibissen en lepelaars (Threskiornithidae)
- Bird Genus
- Theristicus
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Ibissen en lepelaars
In de avicultuur vraagt deze soort om een ruime volière met waterpartijen, veilige broedgelegenheden en een gevarieerd dieet.
De volgende punten kunnen als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:
- Huisvesting: ruime volière (ca. 20–30 m² per paar, ± 3 m hoog) met vijver of waterpartij en beplanting; nestplatforms of takkenbossen voor broed.
- Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer).
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om agressie te beperken.
- Voeding: watervogelpellets aangevuld met vis, weekdieren, garnalen, insecten; eventueel plantaardig materiaal.
- Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; vijvers regelmatig verversen of doorstromen.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend blauwgrijs tot blauwzwart verenkleed over het gehele lichaam. De borst en onderzijde zijn iets matter blauwgrijs. De kop is zwart met een korte kuif van donkergrijze veren. De snavel is lang, naar beneden gebogen en zwart van kleur. De poten zijn donkergrijs tot zwart en lang, geschikt om in ondiep water te waden. De iris is roodbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde blauwgrijze verenkleed en de korte kuif. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en grijzer. De kuif is nog nauwelijks ontwikkeld. De snavel is korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna witachtig. De snavel is kort, recht en grijsachtig. De poten zijn grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en het volwassen blauwgrijze verenkleed zich volledig en verschijnt de korte kuif op de kop.