Maskeribis

Phimosus infuscatus

Log in om deze soort toe te voegen

De Maskeribis behoort tot het geslacht Phimosus uit de familie van Ibissen en lepelaars (Threskiornithidae).

Deze vogel is wijdverspreid in Zuid-Amerika, van noordelijk Zuid-Amerika tot centraal Argentini�. Het leeft in open gebieden zoals natte weiden, savannes, moerassen en rijstvelden. De vogel is sociaal en foerageert in de buurt van water, waarbij het insecten en kleine ongewervelden eet. Het kenmerkende kenmerk van deze vogel is zijn onbehaarde gezicht met roodachtige huidskleur.

Maskeribis
Bare-faced ibis
Nacktz�gelibis
Ibis � face nue

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Ibissen en lepelaars (Threskiornithidae)
Bird Genus
Phimosus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Ibissen en lepelaars

In de avicultuur vraagt deze soort om een ruime volière met waterpartijen, veilige broedgelegenheden en een gevarieerd dieet.
De volgende punten kunnen als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:

  • Huisvesting: ruime volière (ca. 20–30 m² per paar, ± 3 m hoog) met vijver of waterpartij en beplanting; nestplatforms of takkenbossen voor broed.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer).
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om agressie te beperken.
  • Voeding: watervogelpellets aangevuld met vis, weekdieren, garnalen, insecten; eventueel plantaardig materiaal.
  • Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; vijvers regelmatig verversen of doorstromen.

 

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Man:
Het mannetje heeft een opvallend bruin en roodachtig verenkleed. De kop en hals zijn kastanjebruin tot roodbruin, met een zwarte kruin en een lange, naar beneden gebogen snavel die zwartachtig van kleur is. De rug en vleugels zijn donkerbruin met glanzende groene of paarse tinten. De borst en buik zijn lichter bruin, vaak met een beige zweem. De poten zijn donkergrijs tot zwart en lang. De iris is roodbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde bruin- en roodachtige patroon. Ze is meestal iets kleiner en de glans van de vleugels kan iets minder intens zijn. De snavel, poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en bruiniger. De glans op de vleugels ontbreekt grotendeels. De kop en hals zijn doffer bruin, de snavel korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris donkerbruin.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichte vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna witachtig. De snavel is kort en donkergrijs. De poten zijn grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en het volwassen bruinrode verenkleed zich volledig.