Indische zwarte ibis

Pseudibis papillosa

Log in om deze soort toe te voegen

De Indische zwarte ibis (Synoniem: Wrattenibis) behoort tot het geslacht Pseudibis uit de familie van Ibissen en Lepelaars (Threskiornithidae).

Deze opvallende zwartbruine ibis komt voor op de vlakten van India, Pakistan en Nepal, waar hij zowel droge akkers als waterrijke gebieden zoals meren, moerassen en rivierbeddingen bewoont. In tegenstelling tot veel andere ibissoorten is hij minder afhankelijk van water en foerageert hij vaak ver van waterbronnen. Hij leeft in losse groepen, bouwt zijn nest in hoge bomen, is alleseter en staat bekend om zijn luidruchtigheid, vooral tijdens het broedseizoen.

Indische zwarte ibis
Red-naped ibis
Warzenibis
Ibis noir

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Ibissen en lepelaars (Threskiornithidae)
Bird Genus
Pseudibis

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Ibissen en lepelaars

In de avicultuur vraagt deze soort om een ruime volière met waterpartijen, veilige broedgelegenheden en een gevarieerd dieet.
De volgende punten kunnen als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:

  • Huisvesting: ruime volière (ca. 20–30 m² per paar, ± 3 m hoog) met vijver of waterpartij en beplanting; nestplatforms of takkenbossen voor broed.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer).
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om agressie te beperken.
  • Voeding: watervogelpellets aangevuld met vis, weekdieren, garnalen, insecten; eventueel plantaardig materiaal.
  • Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; vijvers regelmatig verversen of doorstromen.

 

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Man:
Het mannetje heeft een overwegend donkerbruin verenkleed met een lichte groene of paarse glans op rug en vleugels. De kop en nek zijn kaal en donkergrijs tot zwart, met een opvallende, ruwe huidtextuur rond de ogen en snavelbasis. De snavel is lang, licht gebogen en zwart van kleur. De poten zijn zwart en lang, geschikt voor waden in ondiep water. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde donkerbruine verenkleed en kale kop. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en bruiniger. De kale kop en ruwe huid zijn minder uitgesproken. De snavel is korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris bruinachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en het volwassen donkerbruine verenkleed zich volledig en verschijnt de kenmerkende kale kop met ruwe huid.