Andeskluut

Recurvirostra andina

Log in om deze soort toe te voegen

De Andeskluut behoort tot het geslacht Recurvirostra uit de familie van Kluten en steltkluten (Recurvirostridae).

De Andeskluut is een opvallende steltloper die voorkomt in het hoge Andesgebergte van Peru, Bolivia, Chili en Argentini�, waar hij te vinden is bij zoute en brakke meren en moerassen op grote hoogte, vaak boven 3500 meter. Dit sociale dier leeft in groepen en is gedeeltelijk trekvogel, waarbij hij voedsel zoekt door met zijn karakteristieke omhoog gebogen snavel door ondiep water te waden. Zijn leefgebied wordt gekenmerkt door extreme omstandigheden, zoals lage temperaturen en dunne lucht, maar de soort heeft zich hier goed aan aangepast.

Andeskluut
Andean avocet
Andens�belschn�bler
Avocette des Andes

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Kluten (Recurvirostridae)
Bird Genus
Recurvirostra

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Kluten en Steltkluten

Kluten en Steltkluten zijn sierlijke steltlopers die voorkomen in open, ondiepe waterrijke gebieden. Ze foerageren in ondiep water op insecten en kleine waterdieren en broeden op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen ze om ruime water- en landzones, een schone omgeving en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver of moerasgedeelte (30–40 m² per koppel); waterdiepte 10–25 cm; zandige oever en open vegetatie; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: gematigd; temperatuur 10–25 °C; bij vorst verwarmd binnenhok; schone waterpartij en goede drainage belangrijk; schaduw in de zomer voorzien.
  • Sociaal: kolonievogels; te houden in groep of koppel; territoriaal tijdens broedperiode; rustige omgeving vermindert stress.
  • Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en weekdieren; watervogelvoer met insecten en garnalen; voer deels in water aanbieden; altijd schoon drinkwater beschikbaar.
  • Overig: broedplaatsen op eilanden of grindzones; regelmatige waterverversing; dagelijkse hygiëne; rustige ligging bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Kluten en steltkluten

Man:
Het mannetje heeft een overwegend wit verenkleed met zwarte rugstrepen en vleugeltoppen. De kop en hals zijn meestal wit, soms met een lichte cr�me- of roesttint tijdens het broedseizoen. De lange, dunne snavel is zwart en licht omhoog gebogen. De poten zijn blauwgrijs tot grijsblauw en lang, geschikt om te waden in ondiep water. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde zwart-witte verenkleed en lichte kopkleur. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en de zwarte rugstrepen zijn minder uitgesproken. De snavel is korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris bruinachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna witachtig. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en het volwassen zwart-witte verenkleed zich volledig.