Vogel
Steltkluut
Steltkluut
Himantopus himantopus
Log in om deze soort toe te voegenDe Steltkluut (Synoniem: Europese steltkluut) behoort tot het geslacht Himantopus uit de familie van Kluten en steltkluten (Recurvirostridae).
Deze statige steltloper komt voor in ondiepe zoet- en zoutwatermoerassen, rivieroevers en zoutpannen in delen van Europa, Azi�, Afrika en Australi�. Ze foerageren langzaam in het water op kleine waterinsecten, kreeftachtigen en visjes. Hun luidruchtige roep hoor je vaak tijdens het broedseizoen, wanneer ze hun nest beschermen. Ze zijn standvogel of trekken kort over grote afstanden afhankelijk van het gebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kluten (Recurvirostridae)
- Bird Genus
- Himantopus
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Kluten en Steltkluten
Kluten en Steltkluten zijn sierlijke steltlopers die voorkomen in open, ondiepe waterrijke gebieden. Ze foerageren in ondiep water op insecten en kleine waterdieren en broeden op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen ze om ruime water- en landzones, een schone omgeving en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: buitenverblijf met vijver of moerasgedeelte (30–40 m² per koppel); waterdiepte 10–25 cm; zandige oever en open vegetatie; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: gematigd; temperatuur 10–25 °C; bij vorst verwarmd binnenhok; schone waterpartij en goede drainage belangrijk; schaduw in de zomer voorzien.
- Sociaal: kolonievogels; te houden in groep of koppel; territoriaal tijdens broedperiode; rustige omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en weekdieren; watervogelvoer met insecten en garnalen; voer deels in water aanbieden; altijd schoon drinkwater beschikbaar.
- Overig: broedplaatsen op eilanden of grindzones; regelmatige waterverversing; dagelijkse hygiëne; rustige ligging bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
Het mannetje heeft een opvallend zwart-wit verenkleed. De kop en hals zijn grotendeels wit, soms met een lichte zwarte streep achter het oog of op de achternek. De rug en bovenvleugels zijn glanzend zwart, de borst, buik en onderstaart wit. De snavel is zeer lang, dun en volledig zwart. De poten zijn zeer lang en helder roze tot rood. De iris is felrood.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar de bovenzijde is donkerbruin tot zwartbruin in plaats van glanzend zwart. Soms vertoont de achternek een bruine of grijze waas. De snavel en poten zijn identiek aan die van het mannetje, respectievelijk zwart en roze tot rood. De iris is rood, maar iets valer.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de vrouwtjes, maar de bovenzijde is grijzer en de veren zijn fijner gebrand met lichtere randen, waardoor een geschubd effect ontstaat. De koptekening is vaag en minder contrastrijk. De poten zijn bleekroze, de snavel is zwart en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn donzig, lichtbruin van bovenzijde met donkere vlekken en strepen die zorgen voor camouflage in natte gebieden. De onderzijde is wit. De snavel is kort, recht en donkergrijs. De poten zijn al opvallend lang en grijsgroen van kleur, de iris donker.