Vogel
Leopolds toerako
Leopolds toerako
Crinifer personatus leopoldi
Log in om deze soort toe te voegenDe Leopolds toerako behoort tot het geslacht Crinifer uit de familie van Toerako's (Musophagidae).
Deze vogel, ook bekend als de maskertoerako, is voornamelijk te vinden in zuidoostelijk Afrika, inclusief landen als Kenia, Tanzania, Zambia en het omringende gebied. Het leefgebied bestaat uit savanne met struikgewas, waar de vogels hun territorium verdedigen. Ze zijn sociaal en kunnen in groepen worden aangetroffen. De vogels zijn herkenbaar aan hun zwarte onbehaarde gezicht en hun lange grijze staart. Ze zijn mediumgrote vogels die een lengte van ongeveer 48 cm bereiken en een gewicht van 300 g hebben.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Toerako's (Musophagiformes)
- Bird Family
- Toerako's (Musophagidae)
- Bird Genus
- Crinifer
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Toerako's
Toerako’s zijn middelgrote, tropische bosvogels afkomstig uit Afrika. Ze brengen veel tijd door in bomen en struiken en vragen in de avicultuur om ruime, groene volières met klimmogelijkheden en beschutting. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (8–12 m² per paar, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, klimplanten en takken; droog, tochtvrij binnenverblijf.
- Klimaat: tropische omstandigheden; temperatuur bij voorkeur boven 10–15 °C; in winter verwarmd binnenverblijf; luchtvochtigheid 50–70%.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels eventueel apart.
- Voeding: zachtvoer voor vruchtenetende vogels; vers fruit, bessen, bladgroen en af en toe insecten; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: rustige omgeving met veel verrijking, natuurlijke begroeiing en variatie in zitmogelijkheden.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
Het mannetje is een forse loerie van circa 50�55 cm lengte. Het verenkleed is overwegend asgrijs, met een iets donkerdere rug en vleugels. De kop draagt een hoge, opgerichte kuif van donkergrijze veren. Kenmerkend is het zwartmasker rond de ogen en de snavelbasis, dat scherp afsteekt tegen de lichtere grijze kruin en nek. De borst en buik zijn lichter grijs, soms bijna vuilwit. De lange staart is donkergrijs met een brede witte eindband die in vlucht goed zichtbaar is. De snavel is fors, kort gebogen en hoornkleurig tot geelachtig. De poten zijn donkergrijs en de iris bruin, omgeven door een smalle grijze oogringen.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en is in het veld nauwelijks te onderscheiden. Ze is gemiddeld iets kleiner en kan een minder contrastrijk zwart gezichtsmasker hebben. De kuif is doorgaans korter.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en egaler bruingrijs van kleur. Het zwarte masker ontbreekt of is slechts vaag zichtbaar. De kuif is kort en minder ontwikkeld. De staartband is smaller of nog niet volledig aanwezig. De snavel is donkergrijs, de poten lichter grijs en de iris donkerbruin.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons. De bovenzijde is donkerder, de onderzijde vuilwit tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij geboorte, later donkerbruin. Het karakteristieke zwarte gezichtsmasker en de witte staartband ontwikkelen zich pas tijdens de eerste jeugdrui.