Vogel
Afrikaanse maraboe
Afrikaanse maraboe
Leptoptilos crumenifer
Log in om deze soort toe te voegenDe Afrikaanse maraboe behoort tot het geslacht Leptoptilos uit de familie van Ooievaars (Ciconiidae).
De maraboe is een opvallende vogelsoort die inheems is in sub-Sahara Afrika. Ze worden vaak aangetroffen in zowel droge savannen als natte gebieden, en zijn sterk aangetrokken tot menselijke nederzettingen, met name rond afvalplaatsen. Maraboe's zijn afvaleters en hebben een uniekerschein die ze een beetje monsterlijk maakt. Hun kale kop en nek, in combinatie met hun indrukwekkende vleugels en formaat, maken ze een opmerkelijke verschijning. Ze vormen sterke levenslange koppels en broeden in kolonies tijdens het droge seizoen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Ooievaarachtigen (Ciconiiformes)
- Bird Family
- Ooievaars (Ciconiidae)
- Bird Genus
- Leptoptilos
Ringmaat
Man 24.0 mm Vrouw 24.0 mmWelzijnsadviezen
Ooievaars
Ooievaarachtigen vragen om veel ruimte, waterpartijen en veilige broedgelegenheden. De volgende punten kunnen voor deze soort als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:
- Huisvesting: ruime volière of verblijf (ca. 50 m² per paar, ca. 4–5 m hoog) met waterpartij en stevige nestplatforms.
- Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer); maraboes baat bij verwarmd binnenverblijf.
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om conflicten te beperken.
- Voeding: vis, kikkers, muizen, insecten, weekdieren en andere dierlijke eiwitten; aanvullend watervogelpellets of volledig voer.
- Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; waterpartijen regelmatig verversen of doorstromen.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend donkergrijs tot zwart verenkleed op rug en vleugels, met een witte onderzijde. De kop en nek zijn kaal en rozeachtig tot grijs, met een losse huidplooi of kraag aan de nek. De snavel is lang, recht en grijs tot geelachtig van kleur. De poten zijn zwart en lang, geschikt om in ondiep water te waden of op de grond te lopen. De iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde donkere verenkleed en kale kop met losse huid. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en bruiniger, en de kale huid op kop en nek is minder ontwikkeld en donkerder grijs. De snavel is korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen verenkleed zich volledig, evenals de kale kop en nek met losse huid.