Indische maraboe

Leptoptilos dubius

Log in om deze soort toe te voegen

De Indische maraboe behoort tot het geslacht Leptoptilos uit de familie van Ooievaars (Ciconiidae).

De Indische maraboe is een grote vogel uit Zuid-Azi�, met name in Assam, India, en Cambodja. Hij heeft een opvallende verschijning met een kaal, geel-rood hoofd en een witte kraag. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit aas, maar hij is ook een opportunistische jager. De vogel is bekend vanwege zijn unieke, militaire loop en zijn capaciteit om in thermische stroomlijnen te vliegen met gieren. Door verbeterde sanitaire voorzieningen en beperkte populaties wordt deze soort ernstig bedreigd.

Indische maraboe
Greater Adjutant
Argalamarabu
Marabout argala

Taxonomische indeling

Bird Order
Ooievaarachtigen (Ciconiiformes)
Bird Family
Ooievaars (Ciconiidae)
Bird Genus
Leptoptilos

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Ooievaars

Ooievaarachtigen vragen om veel ruimte, waterpartijen en veilige broedgelegenheden. De volgende punten kunnen voor deze soort als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:

  • Huisvesting: ruime volière of verblijf (ca. 50 m² per paar, ca. 4–5 m hoog) met waterpartij en stevige nestplatforms.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer); maraboes baat bij verwarmd binnenverblijf.
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om conflicten te beperken.
  • Voeding: vis, kikkers, muizen, insecten, weekdieren en andere dierlijke eiwitten; aanvullend watervogelpellets of volledig voer.
  • Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; waterpartijen regelmatig verversen of doorstromen.
Huisvestingsrichtlijnen Ooievaars

Man:
Het mannetje heeft een overwegend donkergrijs tot zwart verenkleed op rug en vleugels, met een witte onderzijde. De kop en nek zijn kaal en roze tot roodachtig, met een losse huidplooi of kraag aan de nek, kenmerkend voor de soort. De snavel is lang, recht en grijs tot geelachtig van kleur. De poten zijn zwart en lang, geschikt om in ondiep water te waden of op de grond te lopen. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde donkere verenkleed en kale kop met losse huid. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het verenkleed is matter en bruiniger. De kale huid op kop en nek is minder ontwikkeld en donkerder grijs. De snavel is korter en donkergrijs, de poten grijzer en de iris bruinachtig.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen verenkleed zich volledig, evenals de kale kop en nek met losse huid.