Vogel
Magoeari ooievaar
Magoeari ooievaar
Ciconia maguari
Log in om deze soort toe te voegenDe Magoeari ooievaar (Synoniem: Maguari ooievaar) behoort tot het geslacht Ciconia uit de familie van Ooievaars (Ciconiidae).
Deze vogelsoort is voornamelijk in Zuid-Amerika te vinden, vooral oostelijk van de Andes. Het leeft in wetlands en open graslanden in landen zoals Argentini�, Brazili�, Bolivia, Paraguay en Uruguay. Zij zijn trov vast te stellen in de Llanos van Venezuela en de Pantanal in Argentini� en dele hoofdzakelijk in verspreide gebieden. De vogels zijn deels nomadisch en volgen de veranderingen in het waterpeil en voedselbeschikbaarheid.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Ooievaarachtigen (Ciconiiformes)
- Bird Family
- Ooievaars (Ciconiidae)
- Bird Genus
- Ciconia
Ringmaat
Man 20.0 mm Vrouw 20.0 mmWelzijnsadviezen
Ooievaars
Ooievaarachtigen vragen om veel ruimte, waterpartijen en veilige broedgelegenheden. De volgende punten kunnen voor deze soort als aanbevolen richtlijn worden gebruikt:
- Huisvesting: ruime volière of verblijf (ca. 50 m² per paar, ca. 4–5 m hoog) met waterpartij en stevige nestplatforms.
- Klimaat: gematigde soorten buiten met beschutting; tropische soorten vorstvrij (ca. 10 °C of warmer); maraboes baat bij verwarmd binnenverblijf.
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen voldoende ruimte en nestplekken om conflicten te beperken.
- Voeding: vis, kikkers, muizen, insecten, weekdieren en andere dierlijke eiwitten; aanvullend watervogelpellets of volledig voer.
- Water & hygiëne: altijd vers drink- en badwater; waterpartijen regelmatig verversen of doorstromen.
Man:
Het mannetje heeft een groot, contrastrijk zwart-wit verenkleed. De kop, nek, borst en onderzijde zijn wit, terwijl de rug, vleugels en staart glanzend zwart zijn. In vlucht zijn de brede zwarte vleugelstrepen duidelijk zichtbaar. De snavel is lang, recht en oranje-rood. De poten zijn lang en felrood en de iris is geelachtig tot oranje.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde zwart-witte patroon. Ze is meestal iets kleiner, en de snavel kan iets korter of slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het zwarte verenkleed is matter, meer bruinzwart. De witte onderzijde kan een lichte beige of grijsachtige tint hebben. De snavel is oranjeachtig met een donkere punt, de poten zijn bleker rood en de iris geelbruin tot donker.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met donzig, grijsbruin dons met lichte vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is witachtig. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel en poten hun felrode kleur en verschijnt het volwassen zwart-witte verenkleed.